ListEnBedrog.nl

loquendi libertatem custodiamus

Klachten?
Start
Contact
Dossier Pieter Knabben
Oplichtertje
Actueel
Dossier BRTS
Zwartboek BRTS/BOS
Dossier PBO BRTS
BRTS in de pers
X-files
Bezwaarschrift BOS
Besluit CvdM
Dossier TV-Gazet
TV-Gazet in de pers
De affaire Mi Amigo
SOS Magdalena
Reacties
Open & Eerlijk
Links
Colofon

De affaire Mi Amigo (www.mi-amigo.nl)

Einde ballingschap berger zendschip Radio Mi Amigo

ANTWERPEN, 7 juli 2005 (Omroep Brabant/Mediatrefpunt) - Scheepsberger Geert Theunisse uit Dinteloord is niet langer een banneling. Na een juridische strijd van 25 jaar over de berging van het zendschip Magdalena van Radio Mi Amigo en een belastingschuld, krijgt hij volgende week zijn paspoort terug.

Ook is de belastingschuld van een half miljoen euro verjaard. De berger ligt al vier jaar in de haven van Antwerpen als stateloos burger. Theunisse lag al die tijd met de Staat overhoop omdat hij nooit het bergingsgeld voor het redden van de Magdalena, in september 1979, heeft gekregen.

Brief Belastingdienst aan Geert Theunisse

Brief Geert Theunisse aan Belastingdienst

Weblog Geert Theunisse

Theunisse krijgt zijn paspoort terug

ANTWERPEN, 9 juli 2005 (Romain van Damme/BN/DeStem) - Scheepsberger Geert Theunisse (64) uit Dinteloord krijgt volgende week woensdag in Antwerpen zijn paspoort terug. Hij raakte het document vijf jaar geleden kwijt op het Nederlands consulaat in het Spaanse Alicante.

Theunisse kreeg daar te horen dat hij geen nieuw paspoort kreeg omdat hij volgens de Nederlandse staat een belastingschuld had van toen nog ruim een miljoen gulden. Sinds een week heeft Theunisse een brief van de belastingdienst in zijn bezit waarin staat dat de belastingzaak verjaard is en hij zijn paspoort terugkrijgt. „Leuk hoor, maar ik vertrouw het niet“, zegt Theunisse. „Op het niet betalen van belasting staat maximaal een straf van zes jaar. In die brief wordt niet gerept over de straf. Is dat dan ook verjaard? Ik ben bang dat ze me pakken als ik me in Nederland laat zien en alsnog een straf krijg.“

De zaak Theunisse was in de jaren tachtig groot nieuws. Eind september 1979 sleepte hij het lek geraakt motorschip Magdalena dat als zendschip gebruikt werd door Radio Mi Amigo de averijhaven van Willemstad binnen. In opdracht van justitie zegt Theunisse. Justitie ontkent dat en de berger uit Dinteloord kon fluiten naar zijn bergersloon.

Theunisse reageerde woedend en startte de ene procedure na de andere. „Het zaakje stinkt verschrikkelijk en ik heb diverse keren het gelijk aan mijn kant gekregen, maar nooit geld gezien.“ De berger verkoopt zijn bedrijf in Dintelsas en trekt met zijn vrouw over de oceanen. Door het aannemen van maritieme klusjes voorzien ze in hun onderhoud en houden ze de sleper Flintstone in goede conditie.

In Spanje wil Theunisse een nieuw paspoort, maar wordt dan geconfronteerd met de belastingschuld. „Ik heb inderdaad niet betaald, maar ik heb het belastingbedrag weggestreept tegen het bergersloon dat ik nog moet krijgen. Zijn we quite.“ Ondanks het gebrek aan een paspoort slaagde Theunisse erin Antwerpen te bereiken. Daar zette hij de afgelopen jaren zijn strijd voort, maar kwam geen steek verder. Nu hij eindelijk zijn paspoort terugkrijgt, ziet Theunisse nieuwe kansen om de zaak in zijn voordeel te beslechten. „Ik stap naar de rechter. Want nu zijn er nieuwe ontwikkelingen en kan de zaak heropend worden. Ze zijn nog lang niet van me af.“


Gretige staat doet geen boter bij de vis

In september 1979 sloeg het zendschip Magdalena van de populaire Vlaams/Nederlandse piratenzender Radio Mi Amigo, dat voor de Zeeuwse kust lag, van haar anker en strandde op een zandbank voor de kust van Goeree. De staat was er als de kippen bij om het radioschip in beslag te nemen en schakelde sleper Geert Theunisse uit het West-Brabantse Dintelsas in om de lekgeslagen boot te bergen. Theunisse klaarde de moeilijke klus, maar zit nog altijd op zijn bergersloon te wachten...

Radio Mi Amigo kwam op 1 januari 1974 in de lucht vanaf het zendschip Mi Amigo van Radio Caroline. De programma's van de piratenzender, van de Belg Sylvain Tack, werden eerst opgenomen in een studio boven muziekhandel Spronk, aan de Wilhelminastraat in Breda. Toen Nederland de zeezenders op 31 augustus 1974 verbood verhuisde Radio Mi Amigo haar studio naar het Spaanse Playa de Aro. Op 20 oktober 1978, kort voor het middaguur, vloog de generator aan boord van de MV Mi Amigo in brand en staakte Radio Mi Amigo noodgedwongen haar uitzendingen. Tack besloot niet verder te gaan met de Britse Caroline-organisatie en kocht een eigen schip, de Magdalena.

Op 1 juli 1979 startte Radio Mi Amigo haar uitzendingen vanaf de MV Magdalena, maar dit schip verkeerde net als de MV Mi Amigo in niet al te beste staat. De zwakke ankerketting begaf het op 19 september 1979 tijdens een storm, waarna de Magdalena op drift raakte en voor de kust van Goeree op de zandbank Aardappelbult liep. Uit de Mi Amigo-organisatie ontstond begin jaren '80 de Vlaamse landpiraat Radio Maeva, die ook in Zuid-Nederland te ontvangen was. Klik op de link voor een artikel van de hand van zeezenderdeskundige Hans Knot of lees het onderstaande artikel van BN/DeStem.

Lees ook:

Een slepende affaire

Bron: www.offshore-radio.de

Berger 'Mi Amigo' schrijft boek

Dossier Geert Theunisse

Reactie ooggetuige, woensdag 11 februari 2004:

Hallo allemaal. Na het lezen van het bericht over de laatste weken, uren van het schip Magdalena, wil ik hier even iets aan toevoegen. Ik was namelijk de laatste zendertechnicus aan boord van het schip met de naam Jaap van Velzen. Ik ben vlak voordat de Magdalena op het strand liep van boord gegaan vanwege oorproblemen. Ik heb de zender, een Harris BC-10 H (RCA), als laatste gerepareerd. Ook de antenne heb ik destijds voorzien van een goede SWR (staandegolf-verhouding).

Waar ik eigenlijk mee zit is het volgende. Het schip zou volgens u en de andere media van haar anker en ketting zijn geslagen en daarom zou zij op het strand zijn gelopen. Ik kan u vertellen dat er helemaal geen anker meer was, want dat is toen op een nacht drie weken daarvoor al gebroken en in zee verdwenen. Ik hoor nog die harde bonk die nacht als ik er aan terugdenk. De volgende ochtend op het dek aangekomen, zag ik de duinen van Scheveningen al, we lagen/dreven toen een mijl of drie van het strand af.

Meteen heb ik Ferry Eden uit zijn bed gehaald, waarna hij weer anderen ging halen. Met veel moeite hebben we de motor kunnen starten, dat moest nog op lucht. We stonden met vijf man met spuitbussen startpiloot bij het luchtfilter van deze oude motor, omdat hij niet zonder aan wilde slaan. De tijd drong echter, want de kust/het strand kwam al lekker dichtbij. Toen eindelijk de motor liep en we weer terug vaarden, heb ik de zender gewoon aangezet op het moment dat we nog ruim in Hollands vaarwater verbleven. Ik heb dit gedaan om niet te veel op te vallen voor de kustwacht e.d..

Na een dag varen waren we weer daar waar we vandaan kwamen, 19 mijn uit de kust van Zeebrugge boven een ondiep stuk waar niet veel water stond. We hebben toen als anker een oude motor aan een kabel het water in gegooid, omdat we toch op een ondiep stuk lagen. Verschillende keren is via de scheepsradio met het kuststation Scheveningen Radio gebeld naar de bazen in België. Dit moest natuurlijk onder een valse naam; deze werd overgenomen van een schip dat toevallig voorbij kwam. Maar de heren daar in België hadden geen tijd om ons een anker te brengen en lieten ons aan het lot over!

Ik geloof dat Eden wel twintig keer geroepen heeft, ook nog over de 1098 KHz (272 meter, red.), maar geen reactie. Wie er op dat moment verantwoordelijk was weten jullie beter dan ik waarschijnlijk. Omdat het tij elk etmaal draait, zijn we toen met ons motorblok als ketting van deze ondiepe plaats gedreven, zodat het blok in de zee onder het schip hing. Drie dagen voor het einde kwam er een bootje met alleen een ketting, maar deze ketting wilde men aan een touwtje van een centimeter dik aan boord hijsen. Toen deze ketting gewicht begon uit te oefenen op het nylon touwtje, brak het touwtje en de ketting verdween in het ruime sop. Een prutserij van de eerste orde op z'n zachtst gezegd dus.

Ik ben toen met deze boot naar de wal gegaan, omdat ik oorpijn had en aan één kant niet veel meer hoorde. Helaas moest ik thuis twee dagen later op het acht uur nieuws zien hoe de Magdalena op de kust lag. Ik heb toen geprobeerd een boot te huren om er heen te gaan, maar dat lukte niet… Ik kan u nog meer vertellen, maar dat andere keer. Ik wil alleen maar zeggen dat de verantwoordelijken toen het hele Mi Amigo gebeuren op een anker met ketting stuk hebben laten lopen…

Gegroet, Hans Alards of toch Jaap van Velzen…

Klik hier voor het complete verhaal van Jaap van Velzen.

Een slepende kwestie

Door Romain van Damme

Zaterdag 18 oktober 2003 - Dit verhaal begint op 23 september 1979. Scheepsberger Geert Theunisse uit Dintelsas sleept in opdracht van justitie het lek geraakte motorschip Magdalena, gebruikt door Radio Mi Amigo, van de Noordzee naar de veilige averijhaven van Willemstad. Theunisse meent een vette buit binnen te hebben, maar raakt al snel verstrikt in een doolhof vol belangetjes van personen die geld ruiken.

Theunisse zelf kan naar zijn bergersloon fluiten en begint de ene procedure na de andere tegen de Staat der Nederlanden. Theunisse wil geld zien. Hij krijgt meerdere malen gelijk, maar geen geld. Ruim 24 jaar later ligt Geert Theunisse met zijn boot de Flintstone in het Antwerpse Willemdok. Zonder paspoort, omdat hij de belastingdienst tonnen euro's verschuldigd is. Theunisse staat gesignaleerd.
"Voor mij is het simpel: de belasting heeft inderdaad geld van mij tegoed, maar ik net zo goed van de Staat. Als dat verrekend wordt, zijn we ongeveer glad."
Woede, teleurstelling en wanhoop vechten om voorrang. Geert Theunisse (62) weet het niet meer. Hij is woest en zijn woorden spartelen in verbittering. "Géén idee hoe het nu verder moet. Sinds drie jaar heb ik geen paspoort. Krijg ik niet. Ik kan geen kant op. Geen werk, geen inkomsten. Op een gegeven moment houdt het op en hebben mijn vrouw Rina en ik niets meer."
Hun boot, de Flintstone, blinkt in de breekbare herfstzon. Verscholen in het Willemdok dat aanschurkt tegen het oude stadscentrum van Antwerpen. Een jachthaven van stand met fraaie 'plezierboten' en gestroomlijnde snelheidsmonsters. Prachtig decor voor de Flintstone. Een forse sleper, al jaren een stevig huis van de Theunissen.
Strak in de verf en fris geboend. Schoenen voor de kajuitdeur. Gereed om zo uit te varen en moeilijke klussen op een woelige zee te klaren. Maar de Flintstone ligt al jaren afgemeerd. "Eerst lagen we in een ander Antwerps dok, bij de Noorderlaan. Dat was helemaal niks. Veel verkeer en stank. Gelukkig konden we naar dit dok. Hier liggen we prima."
Uit een brief van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in Madrid aan de geachte heer Theunisse: ik deel u mede dat er thans geen paspoort aan u kan worden verstrekt daar u op verzoek van de Belastingdienst in Roosendaal bent opgenomen in de signaleringslijst wegens een belastingschuld van Nlg. 1.125.142. Ik raad u aan terzake contact op te nemen met voornoemde instantie. 16 november 2000.

Zat

Theunisse: "Die brief kreeg ik in het Nederlands consulaat in Alicante. Toen lag ik met mijn boot in Torrevieja aan de Spaanse kust. Samen met mijn vrouw voer ik over de wereldzeeën. Ik was vertrokken uit Nederland omdat ik het zat was en het werk me te zwaar werd. Niet zo gek, na 22 jaar in volcontinu dienst. Mijn bergingsbedrijf in Dintelsas heb ik verkocht en ik ben weggegaan."
Theunisse en zijn vrouw trokken over de oceanen. Ze namen onderweg maritieme klusjes aan om te overleven en probeerden op die manier het verleden definitief achter zich te laten. Aangekomen in Spanje wilde Theunisse de paspoorten verlengen. "Mijn vrouw kreeg zo een nieuw paspoort. Ik dus niet."
De sleper uit Dintelsas sukkelde desondanks naar Antwerpen. "Sukkelen is het goede woord. Als je met een boot een haven binnenvaart of ten anker gaat, heb je zo de douane op het dek. Die zei telkens: ha, Theunisse, je hebt een rot paspoort vol gaten. En ik maar uitleggen dat ik naar Nederland ging om het allemaal te regelen. Wat moest ik anders zeggen?"
Hij ontkent de belastingschuld niet. "Absoluut niet. Maar ik heb het gecompenseerd met het geld dat ik nog van de Staat tegoed had. Jawel, iedereen zegt tegen mij: dat zijn twee verschillende zaken. Nou, voor mij niet. De belastingdienst is ook van de Staat, net als die wanbetalers van justitie. Je moet dingen niet moeilijker maken dan ze zijn."

Stille hoop

Voor zijn vertrek uit Nederland in 1996 had hij de belastingdienst in Roosendaal een brief geschreven. Met zíjn uitleg. "Ik koesterde de stille hoop dat 'men' het er wel bij zou laten, dat 'men' het eigenlijk wel een elegantie oplossing zou vinden die ik had verzonnen. Maar nee hoor."
Citaat uit het boek 'No cure-no pay contra de Staat der Nederlanden', geschreven door Geert Theunisse. In zijn voorwoord schrijft Theunisse: dit verhaaltje is waar gebeurd. 460 pagina's verder eindigt hij met schadeberekeningen die oplopen tot meer dan anderhalf miljoen gulden. Te betalen door de Staat der Nederlanden.
"Dat vrouwtje op het consulaat in Alicante had met mij te doen. Ze zei: weet u wat u moet doen: schrijven. Schrijf het van u af. Heb ik gedaan. Alles wat ik meegemaakt heb, heb ik opgeschreven. Een boek en vier cd-roms vol. Ik wil ze uitgeven, maar door geldgebrek lukt dat nog niet. Komt wel."
Geert Theunisse is vastberaden. Nog altijd, na 24 jaar. Geeft onmiddellijk toe dat iedereen fouten kan maken, ook hij. Maar Geert Theunisse kan niet tegen onrecht. Dan wordt Theunisse furieus en vecht hij terug. "Op mijn manier. Dan hebben ze een kwaaie aan mij."

Heel moeilijk

Hij neemt geen blad voor de mond. Nooit. Type ruwe bolster blanke pit, recht door zee. "Absoluut geen domme man", zegt CDA'er Wim van de Camp. Hij zit in de Tweede Kamer en kent de zaak Theunisse. "Ik heb het dossier gekregen en heb dat voorgelegd aan een juridisch medewerker van onze partij. Volgens hem is het heel moeilijk voor ons politici om daar wat aan te doen. Maar ik wil er best nog eens naar kijken."
Dat antwoord kent Geert Theunisse. Hij schreef naar zowat alle politieke partijen. Als kamerlid kan ik, ook gezien de scheiding tussen de wetgevende en de rechtsprekende macht, helaas niet in uw zaak interveniëren. Ik wens u sterkte toe schrijft Boris Dittrich namens D66 eind vorig jaar aan Theunisse, die weinig meer verwacht van politiek Den Haag.
"Soms kreeg ik een briefje. Dat het niet op hun weg ligt om dit te onderzoeken. Of ze lieten weten geen tijd te hebben. Goed, dat kan. Zijn ze in elk geval zo fatsoenlijk geweest te antwoorden. Vaak kreeg ik niet eens antwoord. De materie is gewoon te moeilijk voor ze, denk ik."

Verjaring

De brieven belandden ook in de brievenbus van de toenmalige minister-president Wim Kok en Hare Majesteit Beatrix. Vergezeld van een cd-rom waarop 350 pagina's staan. Hij kreeg de cd-rom's terug, met de vriendelijke groeten. Ook van de Nationale Ombudsman die een jaar geleden liet weten de zaak niet meer in behandeling te nemen. Wegens verjaring van de feiten.
Jarenlang was de Mi-Amigozaak groot nieuws. Theunisse dook op in alle actualiteitenprogramma's (radio en televisie) en stond zowat de gehele Nederlandse schrijvende pers te woord.
"Omdat ik de almachtige staat durfde aan te vallen. Dat deed ik omdat ik wist dat ik sterk stond. Dat ik gelijk had, maar na enkele jaren begreep ik dat ik geen gelijk mócht hebben. De Staat mág niet verliezen. Dan zijn kennelijk alle middelen geoorloofd."
Dat steekt Geert Theunisse. "Lees dat boek maar. Ik heb alle officiële stukken zo overgenomen. Alle verhoren, alle getuigenissen. Geen letter, geen komma veranderd! Duik maar in de archieven. Diverse keren heb ik gelijk gekregen, ook van de Nationale Ombudsman! De landsadvocaat die destijds de Staat verdedigde, heeft een geweldige berisping gehad. Prachtig allemaal, maar ik kreeg mijn geld niet."
Hij heeft nog veel vragen. Zelf zegt hij de antwoorden wel te kennen, maar hij wil ze uit een officiële mond horen. "Het is begonnen met kleine visjes. Die wilden lekker verdienen aan het schip en hebben dat zonder mijn medeweten verkocht. Weet je hoe dat dan verder gaat? Die mannen hebben bazen die niet willen weten dat hun ondergeschikten er dergelijke praktijken op na houden. Want dan komen ze ook in de problemen. En zo gaat dat verder tot iedereen elkaar dekt."
Rijksrecherche toont aan dat er gerotzooid is schrijven de kranten in '81. En ook: Aanbod van de Staat ruikt naar chantage. Theunisse grimmig: "Ze wilden me afschepen met veertig mille. Dat was bepaald door een zogeheten onafhankelijke arbiter, professor Schadee. Later bleek hij allerlei bemoeienissen te hebben met het ministerie van Justitie. Aan die veertig mille zaten ook nog voorwaarden: ik mocht over deze zaak niet meer met het parlement en de pers spreken. Waarom niet?"
Het maakt hem nog altijd kwaad. Beter gezegd, woedend. "Logisch toch als je z'n aanbod krijgt terwijl je al meer dan een ton aan advocaatkosten hebt? Dit is toch belachelijk. Destijds vroeg ik 80.000 gulden en in al die jaren heeft de Staat meer dan anderhalf miljoen uitgegeven om mij die 80.000 gulden niet te hoeven geven. Ik begrijp het echt niet meer."

Uitlevering

Bijna drie jaar ligt de Flintstone nu in Antwerpen. Op een steenworp afstand van Nederland. Rina gaat nog wel eens naar Nederland, maar dan kan de paspoortloze Geert niet mee. Het ministerie van Justitie zegt dat iemand die gesignaleerd staat, op verzoek van Nederland opgepakt kan worden door de autoriteiten van het land waar hij of zij verblijft. Vervolgens wordt om uitlevering gevraagd. Maar tot nu toe vraagt niemand iets en justitie wil daar niets over zeggen.
Geert Theunisse begrijpt wel waarom. "Als ze dat doen, wordt alles weer opgerakeld. In Den Haag denken ze: zo, die Theunisse ligt daar mooi in Antwerpen. Hij zoekt het maar uit. Dat heb ik nou precies al die jaren gedaan. Aangetoond dat ik bedonderd ben. Keiharde bewijzen geleverd. En wat heeft het me opgeleverd? Alleen maar ellende. Ik hoop echt dat er in Den Haag eentje de kat de bel durft aan te binden en een eind aan deze zaak maakt. Ik hou me maar vast aan de zaak Oltmans. Die heeft uiteindelijk ook gewonnen."
Bij het afscheid op de loopplank kijkt Geert Theunisse mistroostig over het kabbelend water onder zijn voeten. Hij zegt het niet, maar zijn lichaamstaal is duidelijk. Hij mist de zee, zijn maten, het bergingswerk. Zijn leven. "Door al dat gedoe heb ik jaren pillen geslikt. Ik heb gevochten om overeind te blijven, een nieuwe lening te krijgen voor een nieuwe bergingssleepboot. Is allemaal gelukt, maar nu hebben ze me toch beet: ik ben een gevangene in een Antwerps dok."

De feiten                   

Theunisse bergt in opdracht van justitie het lek geslagen motorschip Mi-Amigo. Terwijl Theunisse na 26 uur werken uitgeput op bed ligt, wordt het schip door politie-adjudant J. Kamp verkocht aan een bevriend sloper voor 14.000 gulden, die het enkele uren later doorverkoopt voor 28.000 gulden. Theunisse vertrouwt de zaak niet. Hij dient een bergingsloon in van 80.000 gulden. Theunisse laat een deskundige los op het schip. Die zegt dat het schip twee ton waard is.
- Theunisse krijgt te horen dat zijn claim 'Kamp in ernstige problemen zou kunnen brengen.'
- De Staat zegt dat Theunisse geen opdracht had gekregen het schip te bergen en dus geen recht heeft op loon. Theunisse stapt naar de rechter.
- Tot zijn grote woede ontdekt Theunisse dat de landsadvocaat die de Staat verdedigt drie belangrijke (politie)getuigen heeft laten weten dat ze niet hoeven op te komen dagen. De landsadvcaat zegt dat hij dat besproken heeft met de rechter-commissaris en de advocaat van Theunisse. Gelogen, bewijst Theunisse en de landsadvocaat krijgt na onderzoek van de Orde van Advocaten een berisping aan de broek.
- De drie getuigen worden alsnog gehoord. Een van hen laat de rechter een proces-verbaal zien: Theunisse kreeg wel degelijk opdracht van de Staat het motorschip te bergen. De man zegt er ook bij dat hij het proces-verbaal in opdracht van Kamp moest wijzigen. Kamp ontkent.
- Ook de Rijksrecherche die een half jaar uittrekt voor een grondig onderzoek concludeert dat Theunisse geen blaam treft.
- Theunisse denkt sterk te staan, maar ziet geen stuiver. Na een jaar van oeverloze discussies grijpt de toenmalige minister van justitie J. de Ruiter in. Hij beslist dat Theunisse recht heeft op zijn geld en schakelt de Rotterdamse professor Schadee in.
- Schadee zegt dat Theunisse gelijk heeft en berekent het bergingsloon inclusief alle kosten op 50.000 gulden. Theunisse gaat niet akkoord en schakelt de Nationale Ombudsman in. Die doet een uitgebreid onderzoek dat vier jaar duurt en concludeert dan dat Theunisse op alle punten gelijk heeft.
- Theunisse is blij, maar krijgt geen geld. Van diverse kanten krijgt Theunisse het advies de zaak te laten rusten en zijn werk als berger weer op te pakken. Dat lukt uiteindelijk na veel strijd met zijn huisbank die hem eigenlijk failliet wil laten verklaren.
- Theunisse krijgt jaren later weer te maken met de Staat als hij een nieuw paspoort aanvraagt.

Het ministerie van Justitie, de belastingdienst en het Openbaar Ministerie willen niet reageren. De Nationale Ombudsman zegt geen reden te zien de zaak te heropenen.
©BN/DeStem


Berger ‘Mi Amigo’ schrijft boek: No cure - no pay

Antwerpen, 20 februari 2004 (listenbedrog.nl) - Voormalig scheepsberger Geert Theunisse heeft een boek geschreven over zijn strijd tegen de Staat der Nederlanden om schadeloos te worden gesteld voor de berging, in 1979, van het zendschip Magdalena van de Vlaams/Nederlandse Noordzeepiraat Radio Mi Amigo. Het boek, No cure - no pay, is deze week verschenen.

In No cure - no pay beschrijft de thans 62-jarige Theunisse hoe hij het radiozendschip in september 1979 met zijn sleepboot Fury II van de zandbank Aardappelbult voor de kust van Goeree trok en veilig naar de averijhaven van Willemstad bracht. Bij de berging werd Theunisse gehinderd door de Rijkspolitie te Water, waardoor het weinig scheelde of de Magdalena was vergaan. Door onhandig optreden van de politie dreigde het zendschip te kapseizen en te zinken. Theunisse moest alle zeilen bijzetten om dit te voorkomen.

Eenmaal veilig afgemeerd in Willemstad werd de Magdalena door adjudant J. Kamp van de politie voor een habbekrats verkocht. Het zendschip, dat een half jaar eerder nog voor vele honderdduizenden guldens was verbouwd, ging voor 14.000 gulden naar een vriendje van de betreffende politieman, schrijft Theunisse in zijn boek. Dit terwijl de berger de Magdalena op basis van no cure, no pay (geen berging, geen betaling) had veiliggesteld en derhalve rechten had opgebouwd. De berger deponeerde een rekening van 80.000 gulden bij de staat en een onafhankelijk taxateur schatte de waarde van het zendschip op ruim twee ton.

Over de betaling van het bergersloon werden Theunisse en de staat het in de vijfentwintig jaar die volgden niet eens, ondanks de tussenkomst van velen. De zaak escaleerde zelfs zo, dat de berger zijn paspoort kwijtraakte en als statenloos burger op zijn schip Flintstone in een Antwerpse haven kwam te wonen. No cure - no pay is een 606 pagina’s dikke paperback met tientallen foto’s en originele documenten en kost € 39,50. Binnenkort verschijnen er nog twee boeken van de hand van Theunisse; ‘Bergers - werken op water’ en ‘Op reis met de mv Flintstone’. Onlangs kwam het eerste boek van de berger uit; ‘Orkanen & randverschijnselen’.

No cure - no pay en de andere drie boeken zijn te bestellen bij de schrijver zelf, via geerttheunisse@yahoo.com


 

© 2003-2011 Mega Media Producties