ListEnBedrog.nl

loquendi libertatem custodiamus

Klachten?
Start
Contact
Dossier Pieter Knabben
Oplichtertje
Actueel
Dossier BRTS
Zwartboek BRTS/BOS
Dossier PBO BRTS
BRTS in de pers
X-files
Bezwaarschrift BOS
Besluit CvdM
Dossier TV-Gazet
TV-Gazet in de pers
De affaire Mi Amigo
SOS Magdalena
Reacties
Open & Eerlijk
Links
Colofon

Dossier BRTS

Van alle publieke lokale omroepen in Nederland is de historie van de Bredase Radio en Televisie Stichting (BRTS) misschien wel de meest grillige. De BRTS is net uit de problemen, zit er middenin, of stevent er recht op af.

Geschiedenis BRTS: structureel incidentisme

In 1982 begon de Bredase Radio en Televisie Stichting (hierna: BRTS) met experimentele uitzendingen, via het kabelnet. Een jaar later stapten zowel het bestuur als een groot deel van de medewerkers op, om vanuit België als 'Radio Continu' op met name de regio Breda gerichte programma's te gaan uitzenden. Radio Continu zond uit van oktober 1983 tot september 1997.

In mei 1986 begon de BRTS als 'Radio Beo' met reguliere uitzendingen, via het kabelnet. Gestart in de woning boven café Sam Sam op de Grote Markt kwam de omroep na wat omzwervingen in 1988 in een pand aan de Keizerstraat terecht. Deze ruimte werd gehuurd door uitgeverij Vorsselmans uit Zundert, die in Breda een kabelkrantprogramma uitzond. Vorsselmans stelde aan de BRTS studioruimte beschikbaar, onder de dwingende voorwaarde dat de omroep geen kabelkrantprogramma zou gaan uitzenden.

In 1990 kwam aan deze 'samenwerking' een einde en kwam de BRTS, na nieuwe omzwervingen in Het Turfschip terecht. Hier sloot de omroep een contract met een bedrijfsonderdeel van Radio Continu. Continu voorzag de omroep van een zender, waardoor deze voor het eerst via de ether te beluisteren was. Ook ging Continu voor de omroep reclame verkopen en leverde het raamprogramma.

Dit raamprogramma, uitgezonden onder de naam 'Harmony Radio', bestond uit easy listening muziek en maakte het merendeel van de uitzenduren vol. Radio Beo vulde ongeveer 10% van de totale uitzenduren.

In feite had Radio Continu een 'levensverzekering' afgesloten. In die tijd, begin jaren '90, was het radioaanbod gering: slechts de publieke zenders Radio 1 t/m 5, Radio Continu en Harmony Radio/Radio Beo zonden via de ether uit. De commerciële radiostations, zoals Sky Radio en Radio 10, waren alleen via de kabel te beluisteren. Toen, en ook nu nog, luisterde het merendeel van de mensen via de ether naar de radio.

Door op Harmony Radio easy listening muziek van de meest saaie soort te programmeren zorgde Radio Continu ervoor dat de Bredase publieke lokale omroep nauwelijks of geen luisteraars van haar afsnoepte. Zo werden de commerciële belangen van Continu veiliggesteld.

Conflicten kenmerken de geschiedenis van de BRTS echter en in 1993 kwam het tot een aanvaring tussen Radio Continu-directeur Jac Zom en BRTS-voorzitter Joop de Werd. Dit resulteerde erin dat de 'samenwerking' strandde en een deel van de Radio Beo medewerkers overstapte naar Radio Continu.

De Werd ging op zoek naar een nieuwe commerciële partner. In 1994 sloot de BRTS een contract met Stadsradio VOF, onderdeel van uitgeverij VNU. De naam Radio Beo werd veranderd in 'Stadsradio Breda' en de VNU-dochter ging de daguren vullen. Anders dan Harmony Radio waren de programma's van VNU wel gericht op een breed publiek, waardoor er een concurrentiestrijd ontstond tussen Stadsradio Breda en Radio Continu.

Voor de vrijwilligers van de BRTS was dit een bittere pil. Zij werden verbannen naar de avonduren, wanneer er nauwelijks naar de radio wordt geluisterd. Overdag mochten de door VNU betaalde professionals uitzenden. De programma's, die overigens via meer lokale omroepen in Noord-Brabant werden uitgezonden, werden gemaakt in St. Michielsgestel en kwamen via een telefoonlijn op de zender van de BRTS terecht. Weer had Breda geen volwaardige publieke lokale omroep.

Intussen had VNU ook Radio Continu overgenomen, maar op 14 september 1997 trok de uitgever de stekker uit het populaire grensstation. Op 1 januari 1998 verdween ook het professionele Stadsradio Breda uit de lucht, nadat VNU had besloten te stoppen met radio, zoals ze dat later ook met dagbladen zou doen. De BRTS stond weer op eigen benen.

Op 29 januari 1998 besloot de gemeenteraad van Breda het Commissariaat voor de Media te adviseren de BRTS opnieuw voor een periode van vijf jaar een uitzendvergunning te verlenen. Belangrijk argument was dat de lokale omroep beschikte over een studio en een ‘fusie’ wilde aangaan met ziekenomroep Studio Audio.

In mei 1998 besloot het BRTS-bestuur dat de lokale omroep alsnog met een kabelkrant zou beginnen en legde contact met de Oosterhoutse lokale omroep ORTS, die haar oude kabelkrantsysteem kwijtwilde. Omdat de apparatuur hopeloos verouderd was en de BRTS zich belachelijk zou maken door met deze spullen met een kabelkrant te beginnen, stelde Martin van Kampen het BRTS-bestuur voor aan de directie van Vision Net BV in Prinsenbeek. Dit bedrijf wilde met medewerkers van de BRTS een professionele kabelkrant op poten zetten, alsmede radio- en TV-programma’s gaan produceren.

De onderhandelingen strandden, waarna het BRTS-bestuur Ad de Vogt uit Etten-Leur binnenhaalde. De Vogt, voormalige Bredanaar, was in 1997 uit het bestuur van de door hem opgerichte publieke lokale omroep 'Radio Europa' in Etten-Leur gezet. Al dan niet door de door De Vogt bij deze omroep veroorzaakte situatie ging Radio Europa in 1998 (alsnog) failliet.

In september 1998 sloot de BRTS een contract met het bedrijf van de door De Vogt aangebrachte Etten-Leurse aannemer Ad N.. Uit notulen van vergaderingen uit die dagen blijkt dat het BRTS-bestuur niet precies wist wat zij deed cq met wie zij in zee ging. Zo kende het BRTS-bestuur de naam van de Etten-Leurse aannemer niet.

Vervolgens bleek dat de door De Vogt genoemde BV niet bestond en dat N. failliet was. 'Geen probleem', aldus De Vogt, 'aannemers gaan wel vaker failliet'. Begin 1999 bleek aannemer N. een echte trendsetter: hij werd veroordeeld voor fraude. Daarna duurde het nog maanden voordat de BRTS de banden met N. definitief verbrak. Overigens richtte N. in de tussentijd ‘Stads RTV Producties BV’ op, die De Vogt in dienst nam, maar nooit jaarstukken deponeerde bij de Kamer van Koophandel in Breda.

Intussen (rond de jaarwisseling 1998/1999) was ook gebleken dat er van een fusie van de BRTS en Studio Audio geen sprake kon zijn, al was de BRTS inmiddels verhuisd van de Markendaalseweg, waar zij na Het Turfschip terechtkwam, naar de studio's van de ziekenomroep, onder verpleeghuis Aeneas aan de Zaart. Fuseren zou betekenen dat de nieuwe organisatie een nieuwe zendvergunning moest aanvragen bij het Commissariaat voor de Media. Dat risico was de BRTS te groot en zij slokte Studio Audio 'gewoon' op. Dit tot grote ontevredenheid van de medewerkers van de ziekenomroep, die en bloc opstapten.

Ultimo 1999 kwam Stads RTV Producties BV-directeur De Vogt in contact met de Bredase tweelingbroers Eric en Rob Driesen. Begin 2000 kreeg de BRTS de beschikking over een ruimte in het door hun van de Amsterdamse vastgoedhandelaar Willem Endstra gehuurde Mega Sport Breda. Medio 2000 brak de BRTS met Stads RTV Producties, om op 23 juni een samenwerking aan te gaan met Immowoert BV. Eric en Rob Driesen namen Ad de Vogt in dienst.

De gemeente Breda kende de BRTS op 21 december 2000 subsidie toe, alsmede een schuldsanering. Uit onvrede over de samenwerking die de BRTS was aangegaan met Mega Sport Breda duurde het echter lange tijd voordat de gemeente met het volledige subsidiebedrag over de brug kwam.

In de ochtend van zondag 20 mei 2001 werden de broers Driesen in de woning van Rob Driesen aan de Nieuw Asterd in Breda door hun voormalige zakenpartner Ron N. vermoord. De Vogt verscheen in het NOS-journaal en het RTL-nieuws als woordvoerder van Mega Sport Breda. Enkele maanden na de moord op de 44-jarige tweeling ging Mega Sport Breda failliet en werd De Vogt door de curator ontslagen.

Op 19 september 2001 gingen de BRTS en De Vogt uit elkaar. ‘De plannen en meningen die het bestuur en de programmaraad voorstaan hebben Ad de Vogt genoopt direct zijn functie neer te leggen’, aldus BRTS-voorzitter Hans Veelenturf in een brief aan de medewerkers van de lokale omroep. Voor de gemeente was dit het sein om enkele maanden later de subsidiekraan open te draaien.

Voor het jaar 2002 ontving de BRTS 50.000 euro subsidie, maar op 26 februari 2003 meldde BRTS-voorzitter Veelenturf zich bij Cultuur-wethouder Andre Adank met de mededeling dat er subsidiegeld verduisterd was bij de lokale omroep. Al snel bleek dat BRTS-penningmeester Koos J. verantwoordelijk was voor het verduisteren van 22.153,75 euro. Bovendien bleek er ten onrechte bijna 4.500 euro te zijn uitgekeerd aan BRTS-huismeester W. v/d H..

Wethouder Adank nam de opmerkelijke beslissing J. tot 10 maart 2003 in de gelegenheid te stellen het door hem verduisterde geld terug te betalen. Omdat J. hier door tussenkomst van zijn broers in slaagde lieten de gemeente en de BRTS het na om aangifte te doen bij de politie. Dit terwijl de gemeente op basis van artikel 162 lid 1 sub c Wetboek van Strafvordering verplicht was aangifte te doen. 

Artikel 162

1.   Openbare colleges en ambtenaren die in de uitoefening van hun bediening kennis krijgen van een misdrijf met de opsporing waarvan zij niet zijn belast, zijn verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen, met afgifte van de tot de zaak betrekkelijke stukken, aan de officier van justitie of aan een van zijn hulpofficieren,

c.   indien door het misdrijf inbreuk op of onrechtmatig gebruik wordt gemaakt van een regeling waarvan de uitvoering of de zorg voor de naleving aan hen is opgedragen.

Een andere voorwaarde van de gemeente was het vertrek van J. en V/d H. bij de BRTS. Op 28 februari 2003 schreef BRTS-voorzitter Veelenturf aan Cultuur-directeur Lia Voermans: “Koos zal voor 10 maart a.s. het ontbrekende bedrag van 22.153,75 euro overmaken op onze rekening. Koos wil hiervoor finale kwijting verkrijgen voor het gevoerde financiële beleid onder zijn verantwoordelijkheid.” Voermans reageerde met “neen”.

Overigens repte J. in zijn afscheidsbrief aan de BRTS met geen woord over het door hem gepleegde misdrijf. Wel ging hij uitgebreid in op de ziekte waar hij ten tijde van de gepleegde malversaties aan leed.

Op 21 april 2003 verliep de vergunning van de BRTS, maar ondanks dat zendt de omroep nog altijd uit.

Zie ook:

Commentaar op geschiedenis BRTS

Het is de BRTS aan te rekenen dat zij er de afgelopen twintig jaar niet in is geslaagd volwaardige publieke lokale omroep in Breda te realiseren. Zoals zo vaak in haar geschiedenis is de BRTS ook nu weer bezig orde op zaken te stellen, w.o. veranderingen in haar bestuur. Dit is steeds gebeurd wanneer haar vergunning ter discussie stond. De afgelopen vergunningsperiode beoordelend, is de conclusie dat de BRTS heeft gefaald en niet alleen door (zakelijke) relaties aan te gaan die haar tegenspoed in plaats van voorspoed brachten.

Op de TV-programma's van Joep Schreuder en Marielle Bastiaansen, die geen BRTS-productie zijn, na voegt de omroep weinig of niets toe aan het bestaande radio- en televisie-aanbod.

Doelgroepen worden nauwelijks bediend, Stadsradio Breda brengt nauwelijks actualiteiten en heeft geen nieuwsdienst (bv. elk uur twee minuten nieuws), veruit de meeste programmamakers zijn 'radiootje aan het spelen' in plaats van dat zij radiomaken zoals de Mediawet vereist, StadsTV Breda mist steevast calamiteiten, de publieke lokale tekst-TV staat vol schrijf- en vormfouten en lijkt wat de uitzending van foto's betreft vaak meer op een prentenboek dan op een serieus nieuwsmedium, et cetera, et cetera.

'Wij moeten het met vrijwilligers doen' is het gehoorde excuus. Dat is onzin. Lokale publieke omroep kan en moet professioneel in de negende stad van Nederland. Dat de BRTS het niet kan bewijst het verleden. Het moet anders en vooral beter.

Zie ook:

Ingezonden brief m.b.t. malversaties bij BRTS

De Zuid-Ooster, editie Breda,  

t.a.v. Ann Jacquemijns, eindredacteur

Breda, 18 maart 2003

Geachte redactie,

Naar aanleiding van uw artikel 'Ergerlijke persuitingen BRTS' d.d. 16 maart 2003, waarin mij sensatielust wordt verweten, heb ik er behoefte aan een en ander nader toe te lichten.

Het toeval wil dat ik nog geen week voordat TV-Gazet voor het eerst berichtte over de verduistering van ruim 22.000 euro bij de BRTS (Stadsradio- en StadsTV Breda) inzage had gekregen in het dossier BRTS van de gemeente Breda. Daarom kon de kabelkrant vrij uitgebreid berichten over het functioneren van de publieke lokale omroep in Breda.

Reeds in juni 2002 had ik B&W inzage gevraagd in het dossier BRTS, nadat ik de directeuren van de Dienst Cultuur van Breda op de hoogte had gesteld van informatie die ik had ontvangen over malversaties bij de lokale omroep. Het betrof hier valsheid in geschrifte gepleegd door de penningmeester. (De identiteit van de bron is intussen met toestemming van de bron vertrouwelijk bekendgemaakt bij de gemeente.)

De gemeente berichtte mij op 24 juni 2002 dat ik voor 15 augustus 2002 antwoord zou krijgen op mijn informatieverzoek. Toen ik in februari nog altijd niets had vernomen pakte ik op een goede dag de telefoon en belde een van de Cultuur-directeuren die ik juni had gesproken. Hij wist meteen waar het over ging, bood zijn excuses aan voor het oponthoud en nodigde mij uit het dossier BRTS in te zien.

Ik legde hem op 28 februari jl. uit dat ik indertijd geen werk meer van de zaak had gemaakt omdat ik vrij snel daarna te horen kreeg dat de penningmeester van de BRTS ernstig ziek was, daarmee de omroep en de gemeente tijd gunnend om hun verantwoordelijkheid te nemen.

In de late avond van 5 maart bereikte mij een brief van Cultuur-wethouder Adank, waarmee ik in de ochtend van 6 maart aan de slag ging. BRTS-voorzitter Veelenturf ontkende eerst, maar moest twee uur later toegeven dat er inderdaad geld verduisterd was. Rond het avonduur bevestigde een betrouwbare bron binnen de BRTS dat de penningmeester, wiens identiteit ik ook hier buiten beschouwing laat, verantwoordelijk was.

Nog steeds vraag ik mij af of het zover was gekomen als de BRTS blijk had gegeven van behoorlijk bestuur. Hoe kan een gesubsidieerde stichting, die nota bene beschikt over de enige lokale omroep-vergunning die voor Breda beschikbaar is, het zover laten komen?

Natuurlijk is het verschrikkelijk voor de betrokkene dat hij ongeneeslijk ziek is. Maar het BRTS-bestuur had hem in september, toen hij naar zeggen van voorzitter Veelenturf al niet meer functioneerde, moeten vervangen en uitschrijven bij de Kamer van Koophandel.

Nu belden andere media op 6 maart een doodzieke man, die op papier verantwoordelijk was voor de financiën, om uitleg te vragen, nog niet wetend dat juist de penningmeester verantwoordelijk was.

En dan is er nog de gemeente, die niets deed met informatie over valsheid in geschrifte, waardoor het mede zover heeft kunnen komen, en nu uit schaamte geen aangifte wil doen. Daarmee gaat de gemeente op de stoel van de rechter zitten, want dit is toch echt een zaak voor de rechter.

Overigens wil deze 'sensatie beluste journalist' hier direct aan toevoegen dat hij vertrouwen heeft in de barmhartigheid van de edelachtbare heer of vrouwe.

Martin van Kampen,  

hoofdredacteur TV-Gazet West Brabant

ps. Wat betreft de 'zaak Joop de Werd', die naar mijn mening niet zoals u deed in een adem mag worden genoemd met de 'zaak BRTS', stel ik vast dat al mijn publicaties van april vorig jaar zijn verbleekt bij hetgeen waarvoor hij op maandag 10 maart is veroordeeld. Overigens hebben zowel de BRTS als De Werd nooit een verzoek om rectificatie gedaan bij TV-Gazet of een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek. Kennelijk is er niet zoveel mis met de berichtgeving van de kabelkrant.


Ingezonden brief berichtgeving BRTS inzake faillissement TV-Gazet

Aan: redactie Stadsradio & -TV Breda

Breda, 10 juli 2003

Beste redactie,

Met verbazing heb ik het artikel op StadsTV Breda over de problemen bij TV-Gazet gelezen.

Ronduit schandalig vind ik het dat u eerst suggereert min of meer op de hoogte te zijn geweest van de (dreigende) ernstige crisis bij de West-Brabantse kabelkrant, om vervolgens zonder blikken of blozen de berichtgeving van andere media over te nemen.

Ik stel vast dat geen van de ‘muitende redacteuren’ (BN/DeStem) door uw redactie is benaderd.

Misschien kunt u een voorbeeld nemen aan de wijze waarop TV-Gazet indertijd de (zoveelste) crisis bij uw omroep heeft behandeld.

Niet alleen had TV-Gazet toen de primeur, maar ook werd er hoor en wederhoor toepast door uw voorzitter Hans Veelenturf en programmaleider John Gerdes te contacteren en gesprekken aan te gaan met een aantal (ex-) medewerkers van uw omroep.

Daarbij merk ik op dat uw voorzitter keihard loog toen ik hem vroeg of er inderdaad 22.000 euro was verduisterd. Ik had kunnen citeren dat hij dit ontkende, maar in plaats daarvan overtuigde ik hem ervan dat het beter was de waarheid te vertellen.

Ik wens u veel beterschap toe bij het vervullen van uw journalistieke plicht.

Met vriendelijke groet,

Martin van Kampen,

TV-Gazet


BRTS


 

© 2003-2011 Mega Media Producties