ListEnBedrog.nl

loquendi libertatem custodiamus

Klachten?
Start
Contact
Dossier Pieter Knabben
Oplichtertje
Actueel
Dossier BRTS
Zwartboek BRTS/BOS
Dossier PBO BRTS
BRTS in de pers
X-files
Bezwaarschrift BOS
Besluit CvdM
Dossier TV-Gazet
TV-Gazet in de pers
De affaire Mi Amigo
SOS Magdalena
Reacties
Open & Eerlijk
Links
Colofon

SOS Magdalena

Inleiding

Breda, 18 februari 2004 (listenbedrog.nl) - De website listenbedrog.nl publiceert vanaf vrijdag 20 februari de herinneringen van voormalig technicus Hans Alards alias Jaap van Velzen van Radio Mi Amigo. Alards was in de zomer van 1979 (zender-) technicus aan boord van het zendschip Magdalena van de Vlaams/Nederlandse Noordzeepiraat. “Ik ben bijna vijftig en kijk met veel plezier op die tijd terug”, aldus Alards woensdag. Hij geeft de geïnteresseerden een indrukwekkend kijkje in de keuken van het radiostation dat van 1 januari 1974 tot medio september 1979 uitzond, eerst vanaf het Radio Caroline-zendschip MV Mi Amigo voor de Britse zuidoostkust en vanaf 1 juli 1979 vanaf de MV Magdalena voor de kust van Zeebrugge.

Onlangs reageerde Alards op het dossier ‘De affaire Mi Amigo’ van listenbedrog.nl, dat handelt over de strijd van voormalig scheepsberger Geert Theunisse tegen de Staat der Nederlanden. Theunisse borg de Magdalena in 1979, nadat zij op een zandplaat voor de kust van Goeree was gelopen, maar wacht nog altijd op zijn geld. Dat de Mi Amigo-organisatie niet veel professioneler was dan de Nederlandse overheid, blijkt uit het relaas van Alards, die op de Magdalena samenwerkte met o.a. de DJ’s Ferry Eden en Ben van Praag. Alards denkt zijn verhaal in vier delen te kunnen vertellen, maar listenbedrog.nl zal er niet voor schromen eventuele aanvullingen te publiceren. Het eerste deel van ‘SOS Magdalena’ is vanaf vrijdag 20 februari om 22.00 uur online.


De Magdalena van Radio Mi Amigo 272, op een bijzonder rustige Noordzee


Deel 1: Het telefoontje

Met deze wekelijks ingezonden artikelen probeer ik, Jaap van Velzen voormalig zendertechnicus aan boord van de Magdalena, het laatste zendschip van Radio Mi Amigo, u een indruk te geven hoe het er bij ons aan boord de laatste maanden aan toe ging. Niet omdat ik per se in de openbaarheid wil treden, maar omdat nooit gepubliceerd is hoe het werkelijk is gegaan die laatste maanden aan boord en waarom de zender plots verdween en in de grijpgrage vingertjes van de Nederlandse RCD terechtkwam. Verder laat ik aan de lezer van dit artikel over hoe het toen bij Radio Mi Amigo gevoerde beleid gezien mag worden. Mijns inziens stonden er geen idealisten met vrije radio als drijfveer aan het roer.

Het begon voor mij allemaal met het piratenwereldje in de regio Nijmegen. Een nogal groot aantal radiofanaten in deze regio wilde eigenlijk maar één ding; een zo groot mogelijke zender de ether in brengen. Kosten noch moeite werden gespaard om één en ander te realiseren. Zo kwamen wij in aanraking met de piraten in Utrecht en omgeving, waaronder ook de latere Mi Amigo DJ Ferry Eden zich bevond. Ik, als technicus van dergelijke zenders, bemoeide me nooit veel met programma’s en wat daar zoal omheen hing. Wel was Ferry Eden toen al in een ver gevorderd stadium (naar later bleek) om voor anderen op zee een zender te gaan runnen. Dat soort praatjes had ik al meer gehoord en ik reageerde er op van; als het zover is dan hoor ik het wel een keer, ik heb wel zin in zo’n zeezenderavontuur.

Maar na enkele maanden bleek dit eerder gevoerde gesprek niet geheel zonder gevolgen te blijven, want op een ochtend rond een uur of acht ging de telefoon. Ik kon in het begin niet goed verstaan wie er aan de andere kant van de lijn was, maar naar mate ik wakkerder werd, drong het tot mij door dat het een Belg was. Aanvankelijk dacht ik aan een beschonken etherpiraat.

Hij vroeg mij of ik de man was van de zenders, waarop ik ‘ja’ antwoordde. Of ik dan ook tijd en zin had om een zender te repareren in België. Ik had al meteen door waarover het ging en begreep ook dat deze man niet vrijuit kon spreken vanwege het nogal beladen onderwerp in die tijd; de zeezenders. Toen deze Belg (wie het was weet ik niet meer) begreep dat ik wel zin had om dit klusje te klaren, vroeg hij mij wanneer ik dan kon komen, omdat ze al twee á drie weken uit de ether waren en zo snel mogelijk terug wilden keren. Na het één en ander te hebben doorgenomen, spraken we af dat ik de volgende ochtend in Zeebrugge in de stationsrestauratie zou zitten met een koffer bij me met een grote M er op geplakt, zodat hij kon zien dat ik degene was waarmee hij had getelefoneerd.

Maar voor het zover was heb ik natuurlijk eerst mijn achterban ingelicht over dit wel heel onverwachte telefoontje. Dat leverde verontwaardigde reacties op, maar tegelijk een hoop vreugde onder de piratenvrienden. De één na de ander bood aan om mij die volgende ochtend naar Zeebrugge te brengen. Niks was hun te veel; alles hadden ze over voor dit avontuur van hun vriend en hoopten dan ook dat ik deze klus aan zou nemen. Het was inmiddels twaalf uur geworden en mijn appartement was reeds goed gevuld met bezoek. In een supermarkt werd snel bier en dergelijke gehaald, zodat er gefeest kon worden op ‘onze Jaap de technieker die het zou gaan maken…’

Na een nacht van betrekkelijk weinig slaap brak de ochtend aan waarop ik zou vertrekken. Een aantal bekenden was uiteraard weer ter plaatse om mij uit te zwaaien. Zo vertrok ik dan om aan mijn Mi Amigo avontuur te beginnen. Met een bekende ben ik naar Zeebrugge gereden. Bij de stationsrestauratie aangekomen ging ik daar zitten. De vriend die me had gebracht stond natuurlijk op een hoek te kijken wat er zou gebeuren. Maar al na een paar minuten stopte er een grote Mercedes. Ik werd geacht heel snel in te stappen, waarna ik van een rondleiding in vogelvlucht genoot in Zeebrugge.

Na een kwartier te hebben rondgescheurd dook de Mercedes ineens de haven in en werd ik bij een klein vissersbootje afgezet. De kapitein gebood mij aan boord te komen en vroeg of ik zin had in een pintje, want er moest nog iemand komen. Pakweg tien minuten later verscheen er een man; een DJ uit Amsterdam, Eric geheten. Ook hij was via Ferry Eden aangemonsterd, zo bleek.

Toen we buitengaats waren merkte ik al snel dat deze Eric nog nooit verder was geweest dan de Amsterdamse wallen, want hij begon al lekker ziek te worden terwijl de kapitein en ik genoten van een pintje op het vroege uur van de dag. Het was immers pas een uur of tien en de boot begon al lekker op de golven te dansen. Voor mij was dit niet de eerste keer op zee; ik had al menig zeereis naar Schotland gemaakt. Daarom kon ik er goed tegen en bleven braakneigingen bij mij uit…


Voor ze Radio Mi Amigo's tweede zendschip werd, was de Magdalena een vrachtvaarder


Deel 2: De Magdalena komt in zicht

In het tweede deel van mijn verhaal probeer ik u een indruk te geven van de Magdalena, zoals ik dat beleefde toen ik voor de eerste keer aan boord ging.

We waren al enige tijd op volle zee, maar nog steeds geen zendschip te bekennen. Ik wist dat zij niet zo ver uit de kust lag. Ook had ik zelf ingeschat dat de oversteek met een beetje tegenstroom zo’n twee uur zou gaan duren.

Na overleg met de kapitein werd mij duidelijk dat deze tender niet rechtstreeks naar het schip ging, maar eerst richting Engeland zou varen om uit het zicht van de kustradar te komen. Voorkomen moest worden dat men kon zien dat er een boot vanuit België naar de Magdalena voer, want die lag op zo’n 19 mijl uit de kust ruim binnen het bereik van de kustradar. Ik denk dat de reikwijdte van die radar 30 mijl bedroeg, afhankelijk van de hoogte waarop dit instrument aan de wal geplaatst was. Eenmaal buiten het bereik van de Belgische kustradar kon men omdraaien om zo de indruk te wekken dat deze boot vanuit Engeland was vertrokken en men er niet achter kon komen wat voor een boot dat was die daar bij het zendschip aanlegde.

Na een uur of drie op het ruime sop te hebben doorgebracht zagen we in de verte de Magdalena. Onze Amsterdamse DJ Eric had inmiddels niets meer in z’n maag om aan de vissen te voeren en zat een beetje stil voor zich uit te kijken. Na binnen zichtbereik te zijn gekomen zag ik dat we al opgemerkt waren, want een aantal opvarenden stond ons al op te wachten langs de reling van het schip. De eerste indruk die ik kreeg van de Magdalena stelde me teleur, want de roest was duidelijk te zien aan de voorsteven. Het aanleggen vergde enige stuurmanskunst en omdat door het schommelen telkens een hoogteverschil ontstond moesten we snel beslissen wanneer de sprong te wagen.

Eenmaal aan boord gekomen werd ik eerst aan iedereen voorgesteld, waaronder aan de kapitein van het schip. Hij bleek uit Griekenland afkomstig te zijn. Ook waren er drie koks uit Ghana aan boord. Zij bleken al lang op dit schip te werken en waren bij de verkoop ervan aan boord gebleven en bij de nieuwe eigenaar in dienst gekomen. Al snel werd ik naar de voorpunt gebracht waar de zender zich bevond, want daar was de meeste aandacht voor omdat deze al enige weken uit de lucht was.

In het ruim aangekomen trof ik daar een nieuwe zender aan van de Amerikaanse firma Harris (onderdeel van RCA), type BC 10 H. Ik wist dat het hier om een 10 kilowatt installatie ging, maar had nog nooit eerder zo’n zender gezien. Allereerst vroeg ik om de servicedocumentatie van het apparaat, zodat ik kon nagaan waar ik mee te maken had. Een dik boekwerk, uiteraard in het Engels, werd mij overhandigd door Ferry Eden. Hij vroeg of ik na het bekijken kon zeggen hoeveel tijd het in beslag zou nemen om Radio Mi Amigo terug in de ether te brengen.

Na eerst de zender te hebben bekeken ben ik aan dek gegaan om de antenne te bekijken. Ook de koppelkast die er voor zorgde dat de antenne aan de zender werd aangepast bekeek ik goed, waarna bij mij het vermoeden rees dat de aanpassing (koppeling) niet in orde was en dat daardoor de zender niet meer werkte. Een zender van dergelijk formaat heeft een beveiliging die er voor zorgt dat bij een te slechte staande golf verhouding (SWR) de zender uitschakelt zodat deze niet beschadigt.

De antenne bestond uit een ¼ golflengte, zoals die op de meeste zendschepen i.v.m. de lengte/ ruimte gebruikt werd. Alleen hadden onze Belgische vrienden vijf lijnen langs elkaar aangebracht, waar ik het niet mee eens was. Wanneer men 5 x ¼ golf langs elkaar aanbrengt wordt de impedantie aan het voedingspunt erg laag en heeft de koppeleenheid er moeite mee om een goede match tot stand te brengen. De met hars gevulde condensatoren waren door de misaanpassing gaan lekken, maar nog niet stuk. Ik heb de aanpassing zo ingesteld dat de zender met half vermogen zou kunnen draaien. Later zou ik de antenne onder handen nemen, maar eerst moest Radio Mi Amigo weer in de lucht, zodat iedereen weer aan het werk kon.


De Magdalena, bij de ombouw in vredig wit geschilderd, klaar voor vertrek naar de woelige Noordzee


Deel 3: De zender werkt weer

Nadat ik de documentatie van de Harris BC 10 H middengolfzender voor het grootste deel had doorgenomen, begon ik het elektrische gedeelte te bekijken zoals aggregaten en het verdere voedingsgedeelte van het zendschip.

Voor in de punt trof ik twee Deutz acht cylinder dieselmotoren aan met elk een aggregaat. Daarnaast stond ook nog een kleinere uitvoering, maar die diende voor de scheepselektriciteit, want alles aan boord werkte op stroom. Zo was de kombuis op dit aggregaat aangesloten, dat hoofdzakelijk in de nachtelijke uren draaide wanneer de zender uit was en daarmee ook de grotere aggregaten. Bij nadere inspectie bleken de twee grote aggregaten erg oud en van Engelse makelij te zijn. Er kwam niet gewoon 380, 220 of 110 volt uit, maar een spanning die in Europa al tientallen jaren niet meer werd toegepast. Om de zender daar toch op te kunnen laten werken werd de 110 volt wisselspanning in een daarvoor ontworpen oliegevulde transformator gestopt, om er vervolgens aan de andere kant netjes 380 volt in drie fasen uit te halen.

Na met hulp van de Griekssprekende kapitein één van de aggregaten te hebben opgestart, ben ik naar de zender gelopen om kijken of die kon worden ingeschakeld. De spanning bleek niet stabiel te zijn omdat deze antieke aggregaten nog niet waren voorzien van automatische toerentalregeling, zodat de spanning nogal wat heen en weer schommelde bij het inschakelen van de gloeispanning. Nadat ik de oscillator had gecontroleerd en wist dat er sturing op de juiste frequentie uitkwam, heb ik voorzichtig het geheel in de drive/tune positie ingeschakeld. Zo kon ik zien of alle versterkertrappen in te regelen waren.

De hele zender bestond uit drie trappen. Eerst het oscillatorboard met daarop een kristaloscillator met temperatuurcompensatie. Daarachter een breedbandversterker opgebouwd uit transistors. Dit board leverde 10 watt; toereikend voor de eerstvolgende buis, een penthode, goed voor zo’n 300 watt. Daarachter stonden 2 x 3 CX 2500 buizen parallel, goed voor 10.000 watt. Het modulatorgedeelte bestond uiteraard ook uit dezelfde eindbuizen, zodat 95% modulatiediepte gerealiseerd kon worden.

Tijdens de inregelfase merkte ik al snel dat de SWR (antenne aanpassing) niet deugde. De eindtrap was niet in te regelen en de fout was wellicht op het dek te vinden, in of bij de koppelkast. Na deze te hebben geopend werd duidelijk dat een paar harsgevulde condensatoren het erg warm hadden gehad door een te slechte SWR en de vele opstartpogingen van onze DJ Ferry Eden. Door het één en ander aan te passen slaagde ik er in deze condensatoren een minder belastende rol te laten spelen, zodat ze nog een tijdje mee zouden gaan zonder al te veel problemen.

Ik kon inmiddels de zender op laag vermogen, zo’n 4 á 5 KW, laten draaien. Het opstarten was uiteraard niet aan de overige bemanningsleden voorbijgegaan. Er ontstond blijdschap omdat Radio Mi Amigo na drie weken stilte weer kon draaien. Op een krat heb ik plaatsgenomen voor de zender, zodat ik alles goed kon overzien wat spanning, modulatie en SWR betrof. Wel moest ik de afstemming regelmatig corrigeren omdat hier veelvuldig aan was gedraaid door een DJ.

Het was reeds later in de middag geworden en de zender draaide nog steeds op half vermogen. Zelf vond ik het tijd worden om het studiogedeelte eens te bezoeken zodat ik kon zien waarmee er werd gewerkt. De studio bevond zich in een omgebouwde stuurhut en zag er knus uit. Daarnaast was het nieuwshokje, waar men andere radiostations beluisterde om aan actueel nieuws en weer te komen. De studio was -midden op het dek- erg gevoelig voor instraling van de daarboven hangende zendantenne, zodat er regelmatig brom en rateltjes te horen waren. Ook hieraan kon ik zien dat deze boot (zend-)klaar was gemaakt door lieden die hier geen kaas van hadden gegeten, maar die toch Veronica en Noordzee als goed voorbeeld hadden kunnen gebruiken. Bij die zenders was de studio onder het dek in de stalen romp gevestigd, ver weg van alle hoogfrequentstraling.

Omdat Radio Mi Amigo vanwege dieseloliebesparende maatregelen ‘s avonds uit de lucht ging, was ik in de gelegenheid de antenne zo te construeren dat er een goede SWR kon worden gemaakt zodat de zender de volgende dag op vol vermogen zou kunnen draaien. Daarvoor moest ik hoog de antenne in, iets dat ik op volle zee nog nooit had gedaan, maar ik bond zonder verder na te denken (over levensverzekeringen en zo) de koppel met haak om mijn middel. Zo kon ik eenmaal boven aangekomen mezelf vastmaken aan de ijzeren trap waarlangs ik naar de top was geklommen.

Een dergelijke antenne is uiteraard bevestigd vrij van metaal en andere geleidende materialen, maar onze Belgen hadden een soort van nylon touw gebruikt om dit isolerende effect te bereiken. Alleen was dit geen zeewaterbestendig materiaal. Dat bleek al snel toen ik een isolator in mijn hand hield, na er even aan getrokken te hebben. Levensgevaarlijk dus, want stel je voor dat er een antennedraad naar beneden was gekomen met de zender in bedrijf. De aanraking met 10.000 volt overleef je niet en dat had ook het einde kunnen betekenen van Radio Mi Amigo. Bij dergelijke ongevallen heeft de overheid immers het recht in te grijpen, maar daar hadden onze snuggere Belgen blijkbaar geen rekening mee gehouden.

De renovatie van de antenne ging tot in de duisternis voort, maar ik had me voorgenomen om de klus nu te klaren zodat ik niet de volgende avond weer naar boven zou moeten om die af te maken. Bij een testuitzending bleek dat de zender het met de verandering eens was, want ik kon het volle vermogen maken met een zeer goede SWR-verhouding. De volgende dag had ik 13.000 watt met maar 100 watt retour. Een uitstekende staande golf verhouding met als gevolg ook een puike modulatiediepte en een rendement van ruim 95 % zoals de specificaties voorschreven.

De resterende tijd ‘s avonds aan boord werd gebruikt om mij aan de overige bemanningsleden voor te stellen. Een drietal koks afkomstig uit Ghana, die met de verkoop van het schip aan boord waren gebleven en zodoende ook bij het zeezenderavontuur betrokken raakten, schudde mij de hand, in gebrekkig Engels hun naam uitsprekend. De overige scheepsbewoners/DJ’s kwamen uit België en Nederland, van wie Ferry Eden de spil van het geheel was met af en toe ook kwaliteiten als programmaleider.


Op de brug van de Magdalena bevond zich de studio van Radio Mi Amigo 272


Deel 4: Als de generator afsloeg…

De volgende ochtend was ik al om zes uur op om de generator voor in het ruim op te starten. De Griekse kapitein was er ook bij omdat hij dat normaal elke dag deed en zodoende ook dit gedeelte van de Magdalena goed kende. Na het opstarten was er even tijd om rond te kijken totdat het zaakje een beetje warm gelopen was. Drie grote tanks stonden op een rij. Deze waren voor de diesel bestemd; het schip was zo ingericht dat er lang kon worden gedraaid zonder dat er hulp van buitenaf nodig was. Ook drie grote vrieskisten stonden voor in het ruim, die voor een deel met vlees waren gevuld zodat Radio Mi Amigo zonder regelmatige bevoorrading kon voortgaan. De kapitein vertelde mij in gebrekkig Engels dat twee van de drie tanks leeg waren. Wat er nog aan brandstof in tank nummer drie zat, was te weinig voor een maand. De generator sloeg regelmatig af omdat er rommel en water in het bodempje diesel zat.

Inmiddels had ik de zender opgestart en deze draaide naar behoren. Zo’n 10 kilowatt ging op 1098 kHz de ether in en de DJ’s waren intussen in de studio om de zender te voorzien van modulatie. In de studio aangekomen zag ik dat daar verschillende Revox taperecorders stonden opgesteld die voor de non-stop uren waren. Vanaf de wal was ook een tape met een aantal plugplaten gestuurd, die gedraaid moesten worden omdat daarvoor betaald werd. Deze tape was echter opgenomen op de snelheid 38 cm, terwijl er aan boord alleen 9,5 en 19 cm voorhanden was. Ook hieruit blijkt weer dat de organisatie er maar met de pet naar gooide. Om de plugplaten toch te kunnen draaien moest deze tape eerst van 19 cm (halve snelheid van de opname) naar 9,5 cm worden gekopieerd, waarna de knop om werd gezet en de platen twee keer zo snel -dus op normale snelheid- draaiden. Een hele klus, maar het werkte.

Met de Belgische DJ Ben van Praag kon ik het goed vinden. Hij was geen DJ, zo vertelde hij, maar leraar in topografie. Door hem kwam ik het één en ander aan de weet, zodat ik na twee dagen al goed op de hoogte was van het leven aan boord en de gewoontes van onze Nederlandse collega’s. Zelf ontdekte ik dat drie van deze heren, w.o. Ferry Eden, altijd bij elkaar waren en ook een kajuit deelden. Dit drietal smachtte op de eenzame Noordzee volgens mij niet naar vrouwelijk schoon, maar kon met hun voorkeur buitengaats juist goed uit de voeten.

Op een dag dat de generator het liet afweten verdwenen de drie al snel in één van de kajuiten en waren zo druk met elkaar dat ze niet in de gaten hadden dat ik de zender weer aan de praat had gekregen. Samen met Ben van Praag ben ik toen maar muziek gaan draaien, omdat er verder niemand te bekennen was. Na een half uur besloot ik het drietal te gaan zoeken. Na veel geroep kwamen de heren één voor één uit de kajuit gelopen en verbaasden zich er hardop over dat de zender al weer werkte. Ferry Eden moest het nieuws nog samenstellen en begon daarvoor druk naar andere radiostations te luisteren.

Toen ik een week aan boord was begon ik een beetje de weg te kennen en wist één en ander aan de zender te verbeteren, zoals de beveiliging van het hoogspanningsgedeelte. Achteraf bleek dat de Belgen voor deze zender geen cent hadden betaald omdat die ‘kwijt’ was.

Tijdens het verschepen van de zender vanuit Amerika naar Nederland werden vrachtbrieven vervalst/achtergehouden, waardoor de verzender nog steeds niet wist waar het apparaat was gebleven terwijl hij in Griekenland was ingebouwd en de Magdalena al lang en breed buitengaats was. De zender vertegenwoordigde een waarde van zo’n 130.000 gulden. Toch de moeite waard zou ik zeggen. Dit vertelde Ferry Eden me tijdens zijn programma tussen twee aankondigingen door, als zijnde de gewoonste zaak van de wereld.


Deel 5: Op de radar kwamen twee stipjes op ons af

Dat Radio Mi Amigo weer in de lucht was, was bij mijn vrienden natuurlijk niet onopgemerkt gebleven, want daar werd vanaf het moment dat ik aan boord ging natuurlijk de 1098 kHz (272 meter) dag en nacht in de gaten gehouden. Maar dat de drang om de Magdalena te bezoeken bij deze goede bekenden zo groot was dat ze op avontuur gingen, had ik niet durven dromen.

Dit ondervond ik toen ik op een zondag na zojuist bezoek te hebben gehad van twee Belgische boten vol met Mi Amigo fans die tien rondjes om ons heen hadden gedraaid op de radar twee stipjes op ons af zag komen. Met de verrekijker was er nog niets te zien op de spiegelgladde Noordzee, maar toch bleef ik op de brug om dit in de gaten te houden. Na een uur zag ik dat één stip van koers veranderde, maar dat de andere recht op ons af kwam. Nadat het stipje groter was geworden, kon ik hem ook met de verrekijker waarnemen. Het was een klein polyester bootje, zo leek het.

Ik kon op een gegeven moment iemand waarnemen die uit het kajuitje was komen kruipen, maar kon nog niet zien wie dat was. Dat veranderde al snel, toen ik het donkere haar van Ignas Kuppens uit Nijmegen herkende (nu de baas van de legale Radio Keizerstad) met nog een bekende van mij uit het piratenwereldje. Toen het bootje eenmaal langszij lag kwamen ook alle anderen, waaronder Ferry Eden en de Griekse kapitein, het bekijken. De jongens op het schuitje vroegen om aan boord te mogen komen, maar de kapitein had hier geen zin in omdat hij bang was voor ongeregeldheden. Nadat Ferry Eden de twee ook had herkend van een bezoek in Utrecht mochten ze toch aan boord.

Verwilderd en uitgehongerd zagen ze er uit, want ze hadden twee dagen over hun tocht gedaan, met een draagbare radio als pijlinstrument. Het voor de eerste keer varen op zee met een ergens in Zeeland gehuurd bootje dat alleen bestemd was voor de binnenwateren en waar een ééncilinder dieseltje in lag van 5 pk weerhield deze radiofanaten er niet van hun leven te wagen om een zendschip te bezoeken. Tijdens het eten dat de kok had gemaakt, vertelden de twee hun spannende verhaal. Ze hadden geen rekening gehouden met een oversteek van twee dagen, vandaar dat er alleen een paar gevulde koeken bij een tankstation waren ingeslagen waarmee ze hun honger uiteindelijk niet konden stillen. Nadat ze flink hadden gegeten heb ik ze natuurlijk alles laten zien waarvoor ze uiteindelijk waren gekomen.

Tegen de avond moest dit tweetal ook weer terug. Hun grote geluk was dat de zee zo glad als een spiegel was, zodat de terugreis spoedig zou kunnen verlopen. Op de radar liet ik zien welke kant ze op moesten varen om zo snel mogelijk bij de kust te komen voordat het weer zou veranderen. Ook werd door een kok eten voor de terugreis bereid, zodat ze niet uitgehongerd aan land kwamen. Nadat ze weer vertrokken waren heb ik ze nog lang op de radar gevolgd om er zeker van te zijn dat ze de juiste kant uit gingen. Lang hebben Ferry Eden en ik nog gesproken over het avontuur van deze radiofanaten.


Na twee dagen te hebben rondgedobberd, kregen de radiofreaks de Magdalena in het vizier


Het tweede zendschip van Radio Mi Amigo was roestig, maar minder dan haar voorganger; de MV Mi Amigo


Na enig aandringen mochten de dappere Magdalena-vaarders aan boord

Voor meer foto's van de bezoekers, klik hier

Deel 6: Zonder anker op volle zee

Nadat het bezoek was vertrokken, keerde het gewone leventje weer terug aan boord van de Magdalena. Ik geloof dat er nog een tender is geweest met bier, sigaretten en andere benodigdheden. Diesel voor de generatoren, waar al verschillende keren om was gevraagd, zou met een andere boot komen en werd dus voor de zoveelste keer uitgesteld. Zo werden we aan het lijntje gehouden, totdat er niet veel diesel meer was en de generatoren regelmatig afsloegen doordat er water en andere rotzooi in de brandstofleidingen terecht was gekomen. Ook schommelde de spanning tijdens de uitzendingen regelmatig, zodat recorders en andere apparatuur niet meer op het juiste toerental draaiden. Verschillende DJ’s namen met de balen achter de mengtafel plaats om hun programma te doen.

Na enkele weken werd ik midden in de nacht wakker van een hevige bonk, die zo hard was dat ik rechtop in mijn bed zat. Het was rond 03.00 uur en ik ben naar buiten gelopen, maar omdat er in de duisternis niets was te zien ben ik maar weer mijn bed in gedoken. De andere boordbewoners en de kapitein hadden schijnbaar niets gehoord, omdat ik verder niemand op het dek had gezien. Een paar uur later, om 06.30 uur, ging mijn wekkertje af en ik maakte me klaar om koffie te gaan zetten.

Eenmaal aangekomen op het dek, zag ik tot mijn grote verbazing op niet al te grote afstand de duinen van Nederland of België liggen en realiseerde me dat de bonk van afgelopen nacht het breken van de ankerketting moest zijn geweest. Er hing nog slechts een stuk ketting aan de punt van ons schip. In koffie had ik allang geen zin meer en ik haastte me naar het verblijf waar de kapitein en de rest sliepen om hen wakker te maken. Schreeuwend heb ik op alle deuren gebonsd om ze de kooi uit te krijgen.

Ferry Eden, die dacht dat dit de duinen van Nederland waren, vroeg de kapitein de compressor op te starten, die dan weer op zijn beurt perslucht voor de hoofdmotor aanleverde om deze op gang te brengen. De hoofdmotor had al lang niet meer gelopen en was bij de eerste pogingen ook niet van plan aan te slaan. De tijd ging inmiddels echt dringen omdat de duinen al lekker dichtbij kwamen en we zo door de politie opgepakt konden worden, want we lagen al ruim binnen de twaalf mijl.

Met een man of zes stonden we met ieder twee spuitbussen startpiloot in de handen bij het reusachtige luchtfilter om de motor van deze snel ontvlambare ether te voorzien, zodat hij wat sneller zou opstarten. Precies op het moment dat ik er van uit ging dat we al lang door de kustwacht waren opgemerkt, kwamen de eerste kuchjes uit de motor. Een damp van diesel en ether vulde snel de machinekamer nadat de motor aansloeg, maar dat maakte op dat moment niets uit want het ding liep immers weer zodat we niet op één of andere zandbank zouden belanden.

De Griekse kapitein liet zich niet zien. Later bleek dat hij het niet meer zag zitten en was ‘ondergedoken’, zodat wij alleen in de stuurhut zaten met een zeekaart voor ons waar alle boeien en zandbanken op stonden. Aangekomen bij de eerste boei werd deze goed bekeken en beluisterd, om vast te kunnen stellen waar we nu precies terecht waren gekomen. Vervolgens moesten we de terugweg uitstippelen naar de Thorstonbank, negentien mijl uit de kust van Zeebrugge, waar we vandaan waren gekomen.

De boei die we herkenden aan zijn geluid en nummer lag nabij Zoutelande op Walcheren. Eenmaal gedraaid en op koers, nam ik het besluit om de zender op te starten, ondanks het feit dat we nog binnen de twaalf mijl lagen, om de schijn te wekken dat er niets aan de hand was. Zo zou de kustwacht geen argwaan krijgen. Of dit er toe bijgedragen heeft weet ik niet, maar we kregen geen ongewenst bezoek en na een paar uur lagen we ver buiten de twaalf mijl. Een waar piratenavontuur was ten einde.


Deel 7: Met een oude dieselmotor als anker

Het leven aan boord was compleet veranderd, nu we weer op ons oude stekkie lagen maar zonder anker. Het ene na het andere idee kwam naar boven als oplossing om maar niet opnieuw af te drijven. De kapitein, die ook verantwoordelijk was voor het onderhoud van de machinekamer, opperde het idee om een oude dieselmotor aan een staalkabel naar beneden te laten en zo tot anker om te dopen. Het was geen probleem om dit zware geval overboord te zetten omdat de Magdalena in een vorig (beter geregeld) leven als vrachtschip dienst had gedaan  en de kranen om vracht mee te laden of te lossen nog aan boord waren. Ook het feit dat we boven de Thorstonbank lagen, waar maar negen meter water stond, werkte mee.

Na een uur was de klus geklaard en kon een ieder opgelucht adem halen. Vanaf die dag werden er verschillende malen codes uitgezonden die met het anker te maken hadden. De organisatie in België hoorde aan het nummer dat we riepen wat we nodig hadden en we gingen er van uit dat er snel zou worden gehandeld, maar niets was minder waar. Ook via de scheepsradio, die in de 180 meter band werkte, werden er noodsignalen in een code uitgezonden, maar geen reactie van het Belgische thuisfront.

Als laatste middel werd de marifoon gebruikt, waar geen vergunning voor was verleend. De Belgen hadden dit domweg nooit geregeld. Om er toch gebruik van te kunnen maken werd een naam van een toevallig voorbijvarend schip geleend, zodat de kustradio geen argwaan kreeg. Nu kregen we eindelijk wel de verantwoordelijke Belgen aan de lijn, omdat dit een simplex telefoonverbinding was. De ene na de andere smoes werd verzonnen om het maar uit te stellen; keer op keer werd er gezegd dat er geen anker op voorraad was voor dit type schip. Uiteindelijk werd er na twee weken via de scheepsradio gebeld dat er iets aankwam; een tender zou het vroeg in de avond afleveren. Na het avondeten hielden we trouw de wacht aan dek en rond een uur of acht kwam er iets in zicht.

Ondergetekende zou gelijk voor twee weken van boord gaan, omdat ik last had van een oor en hiermee naar de dokter zou gaan. Nadat de tender had vastgemaakt, werd er gemeld dat er in ieder geval een ankerketting zou worden overgeladen en dus nog steeds geen nieuw anker. ‘Wat moeten we in godsnaam met alleen een ankerketting?’, werd er geschreeuwd vanaf de Magdalena, de ene na de andere vloek verliet de mond van Ferry Eden. Ikzelf was al van boord gegaan en stond al op het andere schip. Nu moest de ketting nog worden overgeladen naar het zendschip. Hoe men dat zou doen wist men nog niet, tot de schipper met een nylon touwtje aankwam.

Eerst werd het één centimeter dikke touwtje overgegooid, daarna werd de ketting er aan vastgeknoopt en zo dacht men de vele honderden kilo’s wegende ankerketting over te kunnen zetten. De eerste meters ging het wel, maar toen de ketting gewicht uitoefende op het touwtje knapte het als een rietje, met als gevolg dat de hele ketting in het ruime sop verdween. De uitspraken die daar op volgden bespaar ik u liever, maar ik weet sindsdien dat de Belgen een eigen variant op het overbekende G.V.D hebben.

Na aankomst in België werd ik naar een hotel gebracht om de nacht door te brengen. De volgende morgen werd ik door dezelfde man die me ook in het begin had afgehaald naar het station gereden. In de auto zat ook de grote baas. De één na de ander bekende dat het niet goed was gegaan met de bevoorrading, maar dat zou snel veranderen beloofden ze me. Ik herinner me ook nog dat ik ze een lijst met onderdelen heb gegeven die aan boord nodig waren. Tijdens het afrekenen werd me gevraagd wanneer ik weer terug aan boord zou gaan, waarop ik aangaf een week of twee thuis te willen zijn om ook nog wat zaken te regelen die je als alleenstaande toch wel hebt.


In de weken voor ze uiteindelijk zou stranden lag de Magdalena zonder anker op volle zee


Deel 8: De derde dag thuis, lekker bij de tv…

Na een paar uur treinen kwam Nijmegen weer in zicht. Op het station werd ik opgewacht door goede bekenden uit ons piratenwereldje. Na aankomst werd er thuis natuurlijk van alles uitgepakt; ook de Mi Amigo-tune had ik op de Magdalena op tape gezet om die thuis te gebruiken bij ons eigen kleine FM-zendertje. Onder het genot van een biertje van Hollandse makelij moest ik natuurlijk tot in detail mijn verhaal vertellen. Er werden geloof ik dezelfde dag nog bandopnames gemaakt voor ons eigen radiostation dat met 40 watt uitzond, waarbij natuurlijk de Mi Amigo-tune veelvuldig werd gebruikt.

De eerste twee dagen thuis gingen snel voorbij, tot ik de derde dag -op 19 september 1979- ’s avonds naar het journaal keek. De schrik was groot, toen ik ons schip daar op een zandbank zag liggen, half naar bakboord hellend. De boot bleek voor de kust van Goeree te zijn gestrand. Door hun grove nalatigheid hadden de Belgen de Magdalena in de grijpgrage handjes van de Nederlandse RCD gespeeld. Het motorblok dat als anker werd gebruikt had het zendschip niet in positie kunnen houden. De Magdalena was van de ondiepe Thorstonbank afgedreven naar dieper water, waardoor de oude diesel als het ware in het vrije water onder haar bengelde.

De volgende dag ben ik direct naar Goeree gereden om poolshoogte te nemen. Aangekomen probeerde ik een bootje te huren om naar het schip te varen omdat daar waarschijnlijk nog apparatuur op stond. Ook wilde ik de zender gedeeltelijk slopen, zodat die voor eventuele opkopers niets meer waard zou zijn. Maar zover kwam het niet, omdat ik nergens een bootje kon huren om er heen te varen. Ook werd mij verteld dat de Magdalena voortdurend in de gaten werd gehouden door de kustwacht.

De hele dag bleef ik daar om het verloop te volgen maar er gebeurde niets, tot ik twee dagen later hoorde dat het zendschip naar Stellendam zou worden gesleept om te worden ontmanteld. Het werd Willemstad en ook daar ben ik naartoe gereden om poolshoogte te nemen. Ik zag dat het laadruim boven de zender open werd gemaakt om het apparaat er uit te kunnen takelen. Een droevig gezicht was het.

Ik moest alles van veilige afstand gadeslaan, om niet te laten doorschemeren dat ik er ook maar iets mee te maken had. De anderen, die door de politie van boord waren gehaald hadden immers de nacht doorgebracht in de cel, na natuurlijk eerst uitgebreid te zijn verhoord.

Epiloog

Met deel 8 sluit ik mijn verhaal over Radio Mi Amigo, dat op 19 september 1979 aan haar einde kwam door de nalatigheid van een paar Belgische idealisten waarvan achteraf bleek dat zakkenvullen hun grootste ideaal was, af.

Mijn dank voor deze voor mij toch mooie tijd gaat uit naar Ben van Praag, die ik in die tijd aan boord heb leren kennen als een radio-idealist in hart en nieren. Hij was het die ver voor het einde al voorspelde dat deze Belgische zakkenvullers het zouden laten stuklopen.

Natuurlijk gaat mijn dank ook uit naar de redactie van listenbedrog.nl, die interesse toonde in mijn belevenissen en me de gelegenheid gaf om openheid van zaken te geven over dingen waar menigeen jaren naar heeft gegist.

Tenslotte stel ik een ieder in de gelegenheid om via mijn e-mail-adres te reageren: alards@live.nl

4 juni 2004

Mi Amigo-DJ Ben van Praag herinnert zich Hans Alards ook nog, schreef hij op zijn weblog.


Hans Alards in een mast van Radio Veronica's Norderney (1975)



De MV Mi Amigo, Radio Mi Amigo's eerste zendschip


 

© 2003-2011 Mega Media Producties