ListEnBedrog.nl

loquendi libertatem custodiamus

Klachten?
Start
Contact
Dossier Pieter Knabben
Oplichtertje
Actueel
Dossier BRTS
Zwartboek BRTS/BOS
Dossier PBO BRTS
BRTS in de pers
X-files
Bezwaarschrift BOS
Besluit CvdM
Dossier TV-Gazet
TV-Gazet in de pers
De affaire Mi Amigo
SOS Magdalena
Reacties
Open & Eerlijk
Links
Colofon

Zwartboek BRTS/BOS

De Bredase Radio en Televisie Stichting (BRTS) is er in de twintig jaar van haar bestaan niet in geslaagd haar doelstellingen te realiseren, maar wil graag nog een kans. De Bredase Omroep Stichting (BOS) vindt dat de BRTS niet opnieuw, zoals in 1998, het voordeel van de twijfel moet worden gegund en wil nu de kans krijgen zich te bewijzen.

Vergunningsprocedure lokale omroep in vogelvlucht

  • De omroepen dienen bij het Commissariaat voor de Media een zendtijdaanvraag in. Het commissariaat stuurt deze binnen vier weken naar de betreffende gemeente.

  • De gemeente probeert de omroepen tot een fusie te bewegen, daar er slechts een vergunning per gemeente mag worden verleend.

  • De gemeenteraad oordeelt over de representativiteit van het programmabeleidbepalend orgaan van de fusieomroep of van de afzonderlijke omroepen. Voor de stappen 2 en 3 geeft de wetgever de gemeente achttien weken de tijd.

  • Het commissariaat verleent na advisering door de gemeenteraad binnen vier weken de vergunning aan de fusieomroep of een van de afzonderlijke omroepen.

  • Het College van B&W van de gemeente benoemt de leden van het programmabeleidbepalend orgaan.

Het programmabeleidbepalend orgaan, ook wel ‘programmaraad’ genoemd, bestaat uit vertegenwoordigers van de diverse stromingen in de lokale samenleving en bepaalt het programmabeleid van de omroep.

Nb. De vergunning voor publieke lokale omroep wordt verleend door het Commissariaat voor de Media en nadrukkelijk niet door de gemeente. Om de journalistieke onafhankelijkheid van de omroep te waarborgen heeft de wetgever bepaald dat de gemeente zich dient te beperken tot het uitoefenen van controle op het functioneren van het programmabeleidbepalend orgaan en de wijze waarop de omroep omspringt met subsidiegelden.

Zendtijdaanvraag BRTS te laat

Op 5 september 2002 stuurt het Commissariaat voor de Media (hierna: CvdM) de Bredase Radio en Televisie Stichting (hierna: BRTS) een brief waarin zij het bestuur van de Bredase publieke lokale omroep erop attent maakt dat haar uitzendlicentie op 21 april 2003 verloopt. Wil de BRTS in aanmerking komen voor verlenging met vijf jaren van haar vergunning, dan dient zij uiterlijk 21 oktober hiervoor een aanvraag in bij het CvdM. Wettelijk is immers bepaald dat dit tenminste zes maanden voor afloop van de licentie dient te gebeuren.

De BRTS reageert echter niet en op 11 november 2002 stuurt het CvdM het bestuur van de omroep andermaal een brief. Hierin schrijft mr. Dirk Oudenaarden, hoofd Zendtijd- en Kabelzaken van het CvdM, het volgende:

“Tot op heden hebben wij de gevraagde gegevens nog niet ontvangen. Wij verzoeken u deze gegevens alsnog zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na dagtekening van deze brief, toe te sturen. Het Ministerie van Economische Zaken, Agentschap Telecom, heeft inmiddels de termijn van de door het agentschap te verlenen vergunning voor het gebruik van een etherfrequentie vastgesteld op de geldigheidsduur van ons besluit tot toewijzing van zendtijd.

Dit betekent dat indien wij niet door u in de gelegenheid worden gesteld het gemeentebestuur voldoende tijd, dit is 18 weken, te geven ons te adviseren over uw aanvraag, uw omroepinstelling de kans loopt noodgedwongen de uitzendingen via de ether per 21 april 2003 te moeten staken. Een en ander omdat het Agentschap Telecom met ingang van die datum zijn vergunning intrekt nu er geen geldig besluit van het commissariaat tot toewijzing van zendtijd aan ten grondslag kan worden gelegd. Derhalve verzoeken wij u de termijn niet te overschrijden.”

Intussen is de termijn echter al overschreden, want op 15 november 2002 dient de BRTS –bijna vier weken te laat- een zendtijdaanvraag in bij het CvdM. Omdat er nu formeel geen sprake meer is van een verzoek om verlenging van de licentie, maar van een nieuwe aanvraag, kunnen ook anderen een zendvergunning voor de gemeente Breda aanvragen.

Kaper op de kust

Op 20 februari 2003 dient ook de Bredase Omroep Stichting (hierna: BOS) een zendtijdaanvraag in bij het CvdM. “Bij deze verzoekt de Bredase Omroep Stichting (BOS), ingeschreven in het stichtingenregister van de Kamer van Koophandel in Breda onder nummer 41107282, het Commissariaat voor de Media om een vergunning voor het mogen verzorgen van publieke lokale radio- en televisieprogramma's in de gemeente Breda”, schrijft het bestuur van de BOS aan het CvdM. De BOS verzoekt het CvdM haar nog wat tijd te gunnen voor het instellen van het vereiste en essentiële programmabeleidbepalend orgaan (hierna: PBO). Het CvdM stemt daarmee in.

Intussen ontdekt de BOS dat er het een en ander schort aan het PBO van de BRTS. Zo accepteert het CvdM pas op 6 februari 2003 –bijna drie maanden na het indienen van de zendtijdaanvraag- een document opgesteld door BRTS-voorzitter Hans Veelenturf, waarop de leden van het BRTS-PBO staan vermeld. Dit terwijl de BRTS als uitzendende publieke lokale omroep al sinds jaar en dag, dus ook op het moment van de aanvraag, dient te beschikken over een naar Mediawettelijke maatstaven functionerend PBO.

Na bestudering van het in bedroevend Nederlands opgestelde document laat de BOS bij de Bredase politie proces-verbaal van aangifte opmaken inzake valsheid in geschrifte en poging tot oplichting. Bovendien vindt de BOS dat de BRTS poogt dan wel heeft gepoogd het CvdM en de gemeente Breda te misleiden.

Ongelijke behandeling

Intussen heeft het CvdM bij de BOS kritiek geuit op haar statuten, die op punten niet aan de Mediawet zouden voldoen. Het CvdM adviseert de BOS in dit verband contact op te nemen met de Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (hierna: Olon). De kritiek van het CvdM komt de BOS vreemd voor. De Mediawet werd immers voor het laatst gewijzigd in april 1996, de statuten van de BOS werden notarieel vastgelegd en bij de Kamer van Koophandel (hierna: KvK) gedeponeerd in augustus 1997 en het CvdM heeft deze begin 1998, toen de BOS ook een uitzendlicentie aanvroeg voor de gemeente Breda, goedgekeurd. Overigens was toen ook de BRTS de enige tegenkandidaat.

De Olon adviseert de BOS haar statuten niet te laten wijzigen. “Het commissariaat dringt er momenteel bij alle lokale omroepen in Nederland op aan hun statuten te laten aanpassen. Hier ligt echter geen wijziging in de Mediawet aan te grondslag. Wij adviseren onze leden dan ook geen gevolg te geven aan het verzoek van het CvdM, omdat zij onnodig op kosten worden gejaagd”, aldus een woordvoerster van de Olon in maart 2003.

Tot grote verbazing van de BOS blijken de vigerende statuten van de BRTS in augustus 1992 notarieel te zijn vastgelegd en gedeponeerd bij de KvK. Dit terwijl er in 1996 een voor publieke lokale omroep essentiële wijziging in de Mediawet werd doorgevoerd. Ondanks het feit dat de statuten van de BRTS hierdoor sinds 1996 niet langer rechtsgeldig zijn, wees het CvdM de BRTS in april 1998 toch de uitzendlicentie voor Breda toe.

Sterker nog. Bij haar zendtijdaanvraag van 15 november 2002 stuurde de BRTS (net als in 1998) statuten naar het CvdM die niet notarieel zijn vastgelegd noch zijn gedeponeerd bij de KvK. Op 18 februari 2003 stuurt het CvdM de zendtijdaanvraag van de BRTS ter advisering naar de gemeente Breda en wekt ten onrechte de indruk dat bij controle is gebleken dat de BRTS volledig aan de eisen (van de Mediawet) voldoet.

CvdM antidateert zendtijdaanvraag BRTS

Bovendien schrijft het CvdM de gemeente Breda op 18 februari 2003: “Op 20 januari 2003 heeft de Bredase Radio en Televisie Stichting bij het Commissariaat voor de Media een aanvraag tot toewijzing van zendtijd voor lokale omroep in de gemeente Breda ingediend.” Hiermee verbloemt het CvdM dat zij al drie maanden met de zendtijdaanvraag van de BRTS in de weer is, terwijl deze wettelijk binnen vier weken ter advisering naar de gemeente moet worden gestuurd.

De BOS is dan ook ‘not amused’ als het CvdM haar zendtijdaanvraag op 28 maart 2003 doorstuurt naar de gemeente Breda en deze niet zoals in het geval van de BRTS vergezeld laat gaan van een standaardbrief, maar van een brief waarin (onterechte) kritiek op de BOS wordt geuit. “Zo dient in de statuten het een en ander gewijzigd te worden”, houdt het CvdM de BOS en de gemeente voor. Daarmee wordt bij de gemeenteraad, die het CvdM moet adviseren over de beide zendtijdaanvragen, volledig ten onrechte de indruk gewekt dat de BRTS haar zaken goed op orde heeft en de BOS niet.

Op 31 maart 2003 schrijft de BOS het CvdM dan ook een brief op poten: “In reactie op uw brief d.d. 28 maart 2003 berichten wij u het volgende. Wij zijn van mening dat de statuten van de Bredase Omroep Stichting (BOS), notarieel vastgelegd op 11 augustus 1997 en gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel (KvK) West-Brabant in Breda, voldoen aan de Mediawet. Hierin voelen wij ons gesterkt door informatie van de Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (Olon). Op basis van deze statuten deden wij in 1998 ook een zendtijdaanvraag en nadien hebben zich geen wijzigingen voorgedaan in de Mediawet.”

BOS wil BRTS uit de lucht

In haar brief van 31 maart 2003 aan het CvdM schrijft de BOS ook: “Voorts verzoeken wij u de BRTS op te dragen haar uitzendingen te staken, zodra haar licentie afloopt.”  Na 21 april 2003 blijft handhavend optreden echter uit.

Op 22 april 2003 reageert het CvdM op de brief van de BOS, maar gaat met geen woord in op de twee hierboven vermelde punten. Toch mag de BOS ervan uitgaan dat haar statuten aan de Mediawet voldoen. Op 13 mei 2003 schrijft mr. Dirk Oudenaarden van het CvdM in antwoord op vragen van Leefbaar Breda immers: “De aanvraag tot toewijzing van zowel de BRTS als de Bredase Omroep Stichting voldoen aan de eisen die de Mediawet daaraan stelt. Eerst indien sprake is van een volledige aanvraag tot toewijzing van zendtijd dan zenden wij deze voor advies door aan de betrokken gemeente.”

Goed nieuws dus voor de BOS en de BRTS. En omdat de Mediawet bepaalt dat de gemeente binnen achttien weken na het versturen van de laatste zendtijdaanvraag een advies moet uitbrengen aan het CvdM over de representativiteit van hun PBO’s kan er nu relatief snel duidelijkheid komen: voor de BOS dat zij mag starten of voor de BRTS dat zij mag blijven.

Onderonsje gemeente Breda CvdM

Het CvdM stuurde de zendtijdaanvraag van de BOS op 28 maart 2003 naar de gemeente Breda, die dus voor 1 augustus 2003 een advies moet uitbrengen aan het CvdM. Voor het echter zover is, vindt er op 1 mei 2003 in het Stadskantoor in Breda een gesprek plaats tussen mr. Dirk Oudenaarden, hoofd Zendtijd- en Kabelzaken van het CvdM, en drs. Lia Voermans, directeur vakdirectie Cultuur van de gemeente Breda.

Op 8 mei 2003 stuurt de gemeente Breda een verslag van dit gesprek naar Oudenaarden. Op 13 mei 2003 reageert Oudenaarden. Enkele citaten, voorzien van commentaar:

Voermans: “Begin april is de zendvergunning van de BRTS formeel verlopen. Het CvdM zegt toe dat hangende de procedure de uitzendingen van de BRTS worden gedoogd. Het CvdM zal de BRTS hierover informeren.” Oudenaarden reageert niet op deze alinea. Commentaar: De BOS is van mening dat de BRTS sinds 21 april 2003 illegaal uitzendt. In de laatste week van september en de eerste week van oktober 2003 ontkent het CvdM bij monde van Hans Ottenhoff, beleidsmedewerker Zendtijd- en Kabelzaken, meerdere keren dat het CvdM de uitzendingen gedoogt. “Wij gedogen niet.”

Voermans: “Wat betreft het functioneren is de BRTS in de afgelopen jaren niet in positieve danwel negatieve zin opgevallen.” Oudenaarden: “De BRTS is in 2000 en 2001 meer in positieve dan in negatieve zin opgevallen.” Commentaar: Oudenaarden baseert dit op de papieren controle die het CvdM op lokale omroepen toepast. Van de ruim 300 lokale omroepen worden jaarlijks meestal slechts de jaarstukken en verslagen van de PBO-vergaderingen onder de loep genomen.

Gezien het feit dat in de jaren 2000 en 2001 Koos J. secretaris/penningmeester bij de BRTS was en hij dit jaar heeft bekend 22.153,75 euro bij de lokale omroep te hebben verduisterd is het niet opportuun zondermeer aan te nemen dat documenten die mede door zijn tussenkomst tot stand zijn gekomen, zoals de jaarverslagen en de notulen van de PBO-vergaderingen, als ‘betrouwbaar’ kunnen worden geoormerkt. De invloed op de BRTS van J. was in de jaren 1986-2003 zeer groot. Hij was het gezicht van de BRTS.

Op vrijdag 3 oktober 2003 verklaarde mr. Ingmar de Kieviet, hoofd Juridische Zaken van het CvdM: “Er werken hier in totaal veertig mensen. Wij kunnen onmogelijk alle Nederlandse publieke en commerciële omroepen afdoende controleren. De controle van publieke lokale omroepen is inderdaad in veruit de meeste gevallen een papieren controle. Slechts als omroepen erg veel omzet maken, passen wij een diepgaandere controle toe.”

De BRTS zette blijkens haar jaarstukken in 2000 30.915 euro om en in 2001 21.483 euro, waardoor het bij een papieren controle bleef. Daarnaast waren er in 2000 en 2001 innige banden tussen de BRTS en de op 20 mei 2001 op 44-jarige leeftijd vermoorde omstreden tweelingbroers Rob en Eric Driesen.

Voermans: “Vanuit de gemeente wordt aangegeven dat het besluit over de zomer getild wordt en dat in de raadsvergadering van september (d.d. 25 september) het advies aan het CvdM zal worden vastgesteld. Vervolgens neemt het CvdM binnen vier weken een besluit aan wie de zendvergunning zal worden toegekend. Het CvdM bericht de BOS en de BRTS over de te volgen procedure.” Oudenaarden gaat niet in op deze alinea.

Commentaar: De BOS is door het CvdM noch de gemeente geïnformeerd over deze afspraak noch het uitstellen van de beoordeling door de gemeenteraad. Ook heeft het CvdM de BOS niet bericht over de te volgen procedure. Begin september 2003 bleek bovendien dat de gemeente zonder het CvdM hierover (tijdig) te informeren de procedure wederom had uitgesteld. “Tot 27 november”, aldus behandelend ambtenaar Max van Alphen, “het heeft geen prioriteit”.

Overigens staat in de brief d.d. 8 mei 2003 van de gemeente aan het CvdM terecht: “De procedure is complex vanwege de twee gegadigden voor de zendvergunning. De gemeenteraad zal beide aanvragen apart van elkaar moeten beoordelen. De gemeente kan een voorkeur aangeven voor een van de twee gegadigden. Hierbij kunnen ook andere argumenten dan die rond het PBO worden aangegeven.”

Vreemd is het dan ook dat de gemeente in een bestuursvoorstel d.d. 13 mei 2003 aangaande het subsidiëren van de BRTS, wiens licentie op 21 april 2003 is verlopen, stelt: “Op 1 mei jl. heeft een gesprek plaatsgevonden met het Commissariaat voor de Media. Daarin is door het CvdM aangegeven dat er wat hen betreft geen enkel beletsel is voor de continuering van de zendvergunning van de BRTS voor het tijdvlak 2003/2008.”

Commentaar: “Geen enkel beletsel” dus, maar de gemeente kent voor 2003 slechts subsidie toe aan de BRTS tot 1 oktober. Zo zeker is zij er kennelijk zelf ook niet van dat de BRTS mag blijven uitzenden. CvdM-beleidsmedewerker Hans Ottenhoff schrijft hierover op 30 juni 2003 aan Leefbaar Breda: “Formeel is dit niet juist.” De BOS reageert in een brief van 1 juli 2003 aan B&W en de gemeenteraad boos op de handelswijze van de gemeente Breda:

“Het is allerminst zeker dat de BRTS kan blijven uitzenden. De gemeenteraad dient slechts advies uit te brengen aan het CvdM, waarna het CvdM de vergunning toekent. Naar onze mening wordt onterecht de indruk gewekt dat het zo goed als zeker is dat de BRTS kan blijven uitzenden. Door met geen woord te reppen over de BOS kan bovendien de indruk ontstaan dat de zendtijdaanvraag van deze omroep van tafel is. De BOS wordt hierdoor benadeeld, terwijl de gemeente de wettelijke plicht heeft burgers en instellingen op gelijke wijze te behandelen.”

Behandeling door raad drie keer uitgesteld

Op 31 oktober 2003 blijkt dat de gemeente Breda de behandeling door de gemeenteraad van ‘de kwestie publieke lokale omroep’ andermaal heeft uitgesteld: tot 18 december. En weer wordt de BOS daar niet officieel over ingelicht. Een dag eerder stuurde drs. Lia Voermans, directeur Cultuur van de gemeente Breda, de BOS wel een brief, waaruit het BOS-bestuur opmaakt dat er opnieuw vertraging optreedt. Cultuurambtenaar Max van Alphen bevestigt het uitstel tot 18 december wanneer BOS-bestuurslid Martin van Kampen hem daar op 31 oktober telefonisch naar vraagt. Mevrouw Voermans schrijft het BOS-bestuur:

“Langs deze weg wil ik u op de hoogte brengen van de stand van zaken rondom de zendtijdtoewijzing lokale omroep voor de periode 2004-2009. De eerste stap op weg naar een advies van de gemeenteraad is de volgende: omdat er in deze procedure twee gegadigden zijn voor de zendmachtiging, dient de gemeente, conform de Mediawet artikel 42 tweede lid, tweede volzin, het samengaan van de beide instellingen te bevorderen. Daarom wil ik u, middels deze brief vragen of u in principe bereid bent samen te gaan met de BRTS.”

Commentaar: De BOS is van mening dat zij door de handelswijze van de gemeente Breda en het CvdM, die erop gericht lijkt te zijn de BRTS de broodnodige gelegenheid te geven orde op zaken te stellen, wordt benadeeld. De BOS benadrukt dat al haar stukken ruim voor 1 augustus 2003, voor welke datum de gemeenteraad de PBO’s van beide omroepen had moeten controleren en advies aan het CvdM had moeten uitbrengen, een strenge toetsing konden doorstaan. Dat de stukken van de BRTS dit eventueel niet konden rechtvaardigt het uitstel niet. Ook begrijpt de BOS er niets van dat de gemeente de twee zendvergunningaanvragers pas op 30 oktober 2003 oproept fusiebesprekingen te starten.

Zie ook:

Meer misstanden, bijzonderheden, saillante details

Democratische besluitvorming

Begin 1998 vragen de BRTS en de BOS een zendvergunning aan voor publieke lokale omroep in Breda. “Indien de weegschaal met betrekking tot de eisen van artikel 30 van de Mediawet voor beide in evenwicht zou zijn, dan zou uw raad worden geadviseerd ook aan de BRTS voorkeur te geven gezien het feit dat deze instelling reeds daadwerkelijk functioneert vanuit een eigen studio met de benodigde infrastructuur”, schrijft het College van B&W aan de gemeenteraad, wanneer die de PBO’s van de beide omroepen beoordeelt. Daarmee gaan B&W voorbij aan de procedure die de wetgever heeft ingesteld over hoe te handelen bij twee of meer kandidaten. In feite maakt deze opstelling het voor andere partijen onmogelijk de enige vergunning te vergaren, ondanks de bedenkelijke reputatie van de BRTS.

Controle op BRTS-PBO

Op 4 augustus 1998 benoemt het College van B&W van Breda de leden van het BRTS-PBO, zonder daarbij te controleren of de personen in kwestie daadwerkelijk afgevaardigd zijn door de (maatschappelijke) organisaties die zij –of de BRTS- pretenderen te vertegenwoordigen. De benoeming geldt voor een periode van drie jaar. Op 16 april 2003 wijst de BOS de gemeente en het CvdM erop dat er daarna niets meer is gebeurd. Met andere woorden: voor zover er bij de BRTS al sprake is van een naar behoren functionerend PBO, zijn de leden in ieder geval niet (langer) benoemd. Ondanks dat dit het CvdM nog niet was opgevallen, houdt de mediapolitie in een brief van 22 april 2003 aan de BOS vol “de BRTS de afgelopen jaren voldoende te hebben gecontroleerd”.

De gemeente werpt een rookgordijn op, door de BOS op 4 juni 2003 te melden: “De gemeente heeft de BRTS er niet op gewezen dat de leden van het PBO uiterlijk 3 augustus moesten worden herbenoemd. Inmiddels is contact opgenomen met de BRTS hieromtrent. De BRTS zal binnen afzienbare termijn de herbenoeming van de programmaraadsleden aan het college voorleggen.”  De gemeente ‘vergeet’ echter achter “3 augustus” het jaartal 2001 te zetten, wat de situatie gunstiger voorstelt dan hij is. Volgens de BOS kan van een benoeming van het BRTS-PBO intussen geen sprake meer zijn, daar de licentie van de omroep op 21 april 2003, zes weken eerder, is verlopen.

Dit voorval toont aan dat het college hetgeen op 29 januari 1998 door de gemeenteraad werd bepaald niet bijster serieus neemt. De raad besloot toen: “Na de benoemingsprocedure is het een taak van ons college toe te zien of de representativiteit nog steeds geldt.” Dat het B&W niet eens opviel dat de benoemingstermijn van drie jaar was verlopen, toont aan dat B&W nooit hebben gecontroleerd of het BRTS-PBO naar behoren functioneerde. In meerdere brieven aan de BOS doet de gemeente hier niet moeilijk over. “Er is inderdaad niet gecontroleerd, maar dit is geen taak van de gemeente, maar van het CvdM.”

Het controleren van het functioneren van het BRTS-PBO is inderdaad een taak van het CvdM. De raad heeft echter op 29 januari 1998 bepaald dat ook het college hierop moet toezien. Het college heeft dit derhalve maar te doen. De handelswijze van B&W roept de vraag op hoe het gesteld is met het uitvoeren van de andere opdrachten die zij van de raad heeft gekregen.

Beter laat dan nooit…

Op 10 juni 2003 vraagt de BRTS –terwijl haar uitzendlicentie bijna twee maanden eerder is verlopen- B&W van Breda schriftelijk de leden van haar PBO opnieuw te benoemen. De vorige benoeming was in augustus 2001 verlopen, maar de BRTS vergat het college te vragen nieuwe leden te benoemen en/of oude leden te herbenoemen. Tot grote verbazing van de BOS benoemen B&W op 4 november 2003 de leden van het BRTS-PBO alsnog, terwijl de omroep dan al ruim een half jaar illegaal uitzendt. “Enigszins verlaat”, aldus de gemeente (ruim twee jaar te laat, red.), “tot het moment dat de procedure met betrekking tot de toewijzing zendtijd lokale omroepen is afgerond”.

Bijzonder is dat de BRTS kort voor de benoeming door B&W haar lijst van PBO-leden wijzigt. Er wordt een tweede lijst gedateerd 10 juni 2003 ingediend, maar in tegenstelling tot de eerste lijst is deze niet door de gemeente afgestempeld en voorzien van een kenmerk. Op de originele lijst staat oud-BRTS-medewerker Cees Lokenberg, die namens ‘Bridge afd. Breda’ zitting neemt in het BRTS-PBO. Op de geantidateerde lijst is Lokenberg vervangen door BRTS-programmamaker Tom de Graaf, die volgens de BRTS namens de ‘Centrale huurdersver. Breda’ zitting neemt in haar PBO. De laatste organisatie komt niet voor in de Stadsgids Breda 2003/2004 en het telefoonboek.

Lokenberg verklaart op 7 november 2003 twee maanden eerder nog bij een vergadering van het BRTS-PBO te zijn geweest. Dat hij intussen van de PBO-lijst is afgevoerd is nieuw voor Lokenberg, die aankondigt een brief op poten over de gang van zaken naar de gemeente te zullen sturen. “Ik heb zeker niet opgezegd”, aldus de Bredanaar, die zijn lidmaatschap niet wil opgeven.

Graaien / economisch delict

Bij gemeenteraadsbesluit van 21 december 2000 (raadsvoorstel  14265) kent de gemeente Breda de BRTS financiële middelen  toe. Een schuldsanering van 86.500 euro en vanaf 2000 (dus met terugwerkende kracht) structureel 50.000 euro subsidie per jaar. In het raadsvoorstel wordt onder ‘Motivering/Toelichting’ vermeld: “Tevens werd een interim directeur aangesteld (gefinancierd door sponsor Mega-sport).” Daarmee wordt de suggestie gewekt dat deze persoon, Ad de Vogt, de BRTS geen geld kost. Niets is echter minder waar:

In 1999, 2000 en 2001 boekt de BRTS volgens de jaarstukken in totaal 86.500 euro ‘reclame-inkomsten’. Verantwoordelijk hiervoor, althans in hoofdzaak, is directeur Ad de Vogt. Voor zijn diensten ontvangt De Vogt echter 36.000 euro aan managementvergoeding en 20.000 euro voor promotie en acquisitie, totaal: 56.000 euro. Dit is gelijk aan 65% van de reclame-inkomsten. Geconcludeerd kan worden dat de BRTS in 1999, 2000 en 2001 hoofdzakelijk reclame uitzond om haar directeur te kunnen betalen, in plaats van om programma’s te maken. Bij een goede, gezonde bedrijfsvoering wordt 15 tot 25 procent van de reclameopbrengsten besteed aan promotie en acquisitiekosten.

Overigens was De Vogt van september 1998 tot juni 2000 werknemer van Stads RTV Producties BV, die in die periode een samenwerkingsovereenkomst had met de BRTS. Deze BV heette tot begin 1998 ‘Stanz- en stikatelier Andre van Es BV’ (Kaatsheuvel). Vervolgens werd de BV aangekocht door de Etten-Leurse aannemer Ad N., die vanwege problemen met Justitie niet op de normale wijze een BV kon oprichten. Stads RTV Producties BV heeft tijdens haar bestaan nooit een jaarrekening gedeponeerd bij de KvK. Daarmee pleegde bestuurder Ad N. een economisch delict.

Geloofwaardigheid Veelenturf

In het ‘Verslag Kerngroep Programmaraad BRTS’ m.b.t. de vergadering van 15 februari 2001 staat over het aantreden van Hans Veelenturf als voorzitter van de BRTS vermeld: “Hans, 67 jaar en sinds 1958 woonachtig in Breda.” In feite woonde Veelenturf echter tot mei 1998 aan de Ambachtenlaan 70 4813 HC in Breda, maar woont hij vanaf mei 1998 aan de St. Bavostraat 52 4891 CJ in Rijsbergen. De vraag is of Veelenturf, die in Rijsbergen ook voorzitter is van de plaatselijke lokale omroep ROS, heeft gelogen over zijn woonplaats of dat de fantasie van notulist Koos J. op hol geslagen was. Indien het laatste het geval blijkt, mag niet worden uitgesloten dat J. vaker knoeide met notulen van het BRTS-PBO.

Op 20 september 2001 stuurt Veelenturf een fax naar TV-Gazet, naar aanleiding van een artikel dat die kabelkrant uitzond over het vertrek van directeur Ad de Vogt bij de BRTS. Daarin schrijft Veelenturf: “De werkzaamheden van de directeur bij de lokale omroep Breda vraagt enorm veel tijd. Ad de Vogt deed dit geheel op vrijwillige basis.” Uit de jaarverslagen van de BRTS blijkt echter dat er in 1999, 2000 en 2001 in totaal 36.000 euro werd uitgekeerd aan ‘managementvergoeding’. Op 23 mei 2003 schrijft Carlo Post van de dienst Cultuur van de gemeente Breda aan gemeenteraadslid Boy Boer: “De managementvergoedingen hebben betrekking op verrichte diensten van de voormalig directeur (dhr. A. de Vogt).” De Vogt was derhalve beslist geen vrijwilliger. Bovendien gaf de BRTS blijkens de jaarverslagen in 1999, 2000 en 2001 in totaal 20.000 euro uit aan ‘promotie en acquisitie’, diensten die hoofdzakelijk werden verricht door De Vogt.

Een gewaarschuwd mens…

In juni 2002 gaat BOS-bestuurslid en journalist Martin van Kampen in het Stadskantoor een gesprek aan met de directeuren Lia Voermans en Carlo Post van de dienst Cultuur van de gemeente Breda. Een zeer betrouwbare bron heeft Van Kampen verteld dat BRTS-penningmeester Koos J. notulen van PBO-vergaderingen manipuleert en vervalst. “J. verbouwt o.m. notulen van bestuursvergaderingen tot notulen van PBO-vergaderingen en stuurt die vervolgens naar het CvdM”, aldus de bron. Voermans en Post reageren laconiek, terwijl het functioneren van het PBO het bestaansrecht van een publieke lokale omroep is en de gemeenteraad op 29 januari 1998 B&W heeft opgedragen het PBO regelmatig te controleren.

Op 14 juni 2002 vraagt Van Kampen B&W inzage in het gemeentelijke dossier BRTS. Op 24 juni 2002 stuurt de gemeente Van Kampen een ontvangstbevestiging: “Hierbij bevestig ik de ontvangst van uw brief van 14 juni 2002. De beantwoording daarvan vraagt enige tijd. U kunt voor 15 augustus 2002 een antwoord verwachten”, schrijft algemeen directeur a.i. Bernard Ouwerkerk. Kort daarna verneemt Van Kampen dat J. ongeneeslijk ziek is en besluit uit humanitaire overwegingen de zaak even te laten rusten.

Na geruchten te hebben gehoord over misstanden bij de BRTS wil Van Kampen in februari 2003 alsnog inzage in het BRTS-dossier van de gemeente. Op zijn brief van 14 juni 2002 is de gemeente hem het antwoord immers nog steeds schuldig. Op 20 februari 2003 belt Van Kampen Carlo Post van de dienst Cultuur om opheldering te vragen over het uitblijven van antwoord. Post biedt zijn verontschuldigingen aan en nodigt Van Kampen uit het dossier op 28 februari 2003 te komen inzien. Van Kampen schrikt van de hoeveelheid onjuistheden die hij in het dossier aantreft en spreekt Post hierop aan.

Post, die intussen op de hoogte is van de verduistering van 22.153,75 euro bij de BRTS, luistert nu wel met belangstelling naar de opmerkingen van Van Kampen, die wederom vertelt over het geknoei met documenten door Koos J.. Alle andere onvolkomenheden in het BRTS-dossier vallen echter in het niet bij de diefstal van de helft van de jaarlijkse subsidie. Toch schrijft de gemeente Breda de BRTS dezelfde dag, 28 februari 2003, in een door burgemeester Chris Rutten ondertekende brief:

“Voor de goede orde delen wij u tevens mede dat wij vandaag geïnformeerd zijn over een mogelijke zaak rondom valsheid in geschrifte door de BRTS van de verslagen van de programmaraad over 2001. Wij hebben u hierover vanochtend gebeld en u heeft ons toegezegd om de stukken aan ons in kopie te doen toekomen. U ontkende dat de aantijgingen juist waren. Wij zullen deze zaak tot op de bodem uitzoeken en behouden ons ook in dit geval het recht voor om aangifte te doen.”

Als Van Kampen BRTS-voorzitter Hans Veelenturf nauwelijks een week later belt en met een brief van Cultuurwethouder Andre Adank in de hand waarin staat dat er bij de omroep 22.000 euro is ontvreemd vraagt om een reactie, ontkent Veelenturf eerst in alle toonaarden. Twee uur later belt de omroepvoorzitter de journalist, die de primeur heeft, terug en geeft schoorvoetend toe dat er inderdaad 22.000 euro verduisterd is. Of de zaak van het geknoei met notulen van PBO-vergaderingen inderdaad, zoals de gemeente dreigde, tot de bodem is uitgezocht, is onbekend.

Overigens komt Van Kampen J. nadien nog drie keer tegen: wandelend in de binnenstad van Breda, bij het Kasteelontbijt t.g.v. 175 jaar KMA en op de braderie in het Ginneken. Bij alle drie de gelegenheden ziet de oud-BRTS-penningmeester er goed uit. Zijn ongeneeslijke ziekte heeft hij kennelijk overwonnen. Het gebrek aan schaamte van J. verbaast Van Kampen.

Jaarstukken

Artikel 25a lid 1 van de Mediawet luidt: “Lokale en regionale omroepinstellingen die programmaonderdelen als bedoeld in artikel 43a (reclame, red.) van de Mediawet verzorgen, zijn verplicht een behoorlijke boekhouding te voeren en hun jaarrekening vergezeld te laten gaan van een verklaring van een accountant-administratieconsulent of een registeraccountant omtrent de getrouwheid ervan.” In het geval van de BRTS werd steeds volstaan met de meest beperkte vorm van controle: de samenstellingsverklaring.

“De aard en omvang van deze werkzaamheden brengen met zich mee dat zij niet kunnen resulteren in die zekerheid omtrent de getrouwheid van een jaarrekening die aan een accountantsverklaring of beoordelingsverklaring kan worden ontleend”, schrijft A.W. de Vlaming, registeraccountant van het kantoor Van Oers in Oosterhout in het jaarverslag 2002 van de BRTS.

De malversatie is in de jaarrekening haast onzichtbaar weggewerkt. Onder ‘Overige vorderingen en overlopende activa’ staat vermeld: “Te ontvangen bedragen 22.154 euro.” Misschien is dit gebeurd binnen de wet, maar misleidend is het alleszins. Op 29 april 2003 schrijft Carlo Post van de dienst Cultuur van de gemeente Breda aan zijn ambtenaar Max van Alphen: “De ontdekte fraude bij de BRTS is juist in de jaarrekening 2002 verantwoord.” Post verwijst in dit verband naar artikel 396 2 Burgerlijk Wetboek en niet naar de Mediawet.

“In het telefonisch contact dat ik zojuist heb gehad met de accountant wist hij me te vertellen dat hij o.a. heeft beoordeeld of de facturen origineel en aan de BRTS gericht waren en de personeelsleden ook werkzaam waren bij de BRTS”, schrijft Post Van Alphen verder. Ondanks dat is er echter 22.153,75 euro verdwenen. Gebleken is dat penningmeester Koos J. o.m. goederen voor privé-gebruik kocht op naam van de BRTS. Het is niet uitgesloten dat hij zich hier al eerder schuldig aan maakte. J. was van 1986 tot 2003 penningmeester van de omroep en in al die jaren werd de boekhouding niet afdoende gecontroleerd.

Onjuiste informatie

In meerdere raadsvoorstellen van de gemeente Breda m.b.t. de BRTS komt onjuiste informatie voor. Daardoor is het onmogelijk om via de website van de gemeente Breda aan betrouwbare informatie te komen over de omroepsituatie in de stad. Een voorbeeld: Raadsvoorstel 14265 van 21 december 2001, handelend over de subsidietoekenning aan de BRTS. Citaten hieruit, voorzien van commentaar:

“Op 1 december 1998 is de BRTS een fusie aangegaan met Zorgomroep Studio Audio (Baronieziekenhuis).” Commentaar: De BRTS en Studio Audio zijn geen fusie aangegaan. Studio Audio ging op in de BRTS, omdat de lokale omroep in het geval van een fusie een nieuwe zendvergunning had moeten aanvragen bij het CvdM.

“De inkomende geldstroom werd in die tijd onder andere bepaald door sponsor BN/DeStem. Dit sponsorcontract liep af in 1999.” Commentaar: Het verhuren van radiozendtijd aan een dochter van Uitgeversmaatschappij Zuid-West Nederland (o.m. BN/DeStem) gebeurde tot 1 januari 1998. Vanaf dat moment moest de BRTS op eigen benen staan.

“Tevens werd een interim directeur aangesteld (gefinancierd door sponsor Mega-sport).” Commentaar: Deze directeur, Ad de Vogt, werd betaald door de BRTS. “Het geheel heeft geleid tot een duidelijke verbetering in de producten van de BRTS.” Commentaar: Naar de mening van welke mediadeskundige?

Zie ook:

 

© 2003-2011 Mega Media Producties